Browsing Category

overpeinzingen

koken met Lieve, overpeinzingen

Vegetarisme, de tussenstand.

Jaja ik weet het, eigenlijk doen wij helemaal niet vegetarisch. Eén keer per week staat er nog vis of ander zeebeest op het menu, en zelf weiger ik de paëlla niet die mijn pa met veel liefde heeft bereid voor de zondagmiddag. Ook eten we nog gewoon kaas zonder de etiketjes na te pluizen, wat helaas niet ok is. Voor mij toch wel dé verrassing en desillusie, zeg. Een paar tussentijdse overschouwingen.

  • Minder vlees eten is écht geen ramp. Er bestaan veel echt lekkere gerechtjes. Het is een knop omdraaien in het hoofd. Of een knop die vanzelf omdraait als ge het een kans geeft.
  • Ik ben zot geworden van gepocheerde eitjes. Dit bijvoorbeeld. Of dit (niet veggie). Mmmm. Who needs meat when you got a poached egg!
  • Ik persoonlijk doe dit louter uit ecologische overwegingen, en omdat ik de manier van dierenkweek niet ok vind. Of ik dat vrees. (Ik weiger enge boeken te lezen en minder gewoon liever zo.)
  • Waar ik naartoe wilde: is het gezonder, ik vrees van niet. Of correctie: de manier waarop wij het aanpakken, is volgens mij niet gezonder. De vleesvervangers zijn waarschijnlijk namelijk ook dat niet, op dat gebied. Ik las eens dat een mens niet is gemaakt om zoveel plantaardigheid te verteren, en ik kan dat bevestigen. Mijn maag en darmen hebben làng tegengeprutteld, terwijl ze eerder in mijn leven nooit een kik gaven.
  • Er bestaat wel een punt waarop ge denkt: “IK WIL STOOFVLEES! EN BRAADKIP! EN BBQ! EN GEKAPTSCHOTELS!”
  • Dat moment is nu ongeveer aangebroken.
  • Want laat ons ook gewoon eerlijk wezen: vlees is niet te vervangen. Vervangers zijn ok, maar zijn niet hetzelfde. Nooit.
  • Het lief wil een jaar volhouden, en ik wil geen dubbele potjes koken, dus we bijten op de tanden.
  • Want op zich voel ik me écht wel blij met het feit dat ik quasi geen gemalen of verkapte dode beesten meer in mijn mond steek. Ik bedoel jongens. Als ge daarover nadenkt. Ieuw.
  • Mijn vervolgdroomscenario: af en toe weer vlees, maar nooit meer zoveel (want eigenlijk eet een Vlaming dat ook echt gewoon teveel), en ik wil moeite doen om volledig bio te gaan. Al moet ik daarvoor nog wat meer organiseren en doen.
  • Wordt vervolgd…
handenarbeid, overpeinzingen

Over dat vlees.

Menslief, wat heb ik al veel blogjes in mijn hoofd gehad. Ze zijn er alleen nog niet uitgekomen. Zelfs als ge werkloos zijt is dat druk: 2 kindertjes, 2 huisdieren, een manmens en een huishouden. (Niemand een halftijdse kracht nodig feitelijk? Roep!) Blogjes over die kindjes, die manmens, dat huishouden. Blogjes over mijn mama, over verdriet, over hoe beu ik citroenen ben en TOCH GEEN LIMONADE LUST!

 photo Lemons_zpse79142d1.jpg

Blogjes over waarom ik niet blog op die momentjes dat ik letterlijk mijn handen vrij heb. (Geen paniek, het kwam met veel gevloek.)

 photo Jacob_zpsa46c0947.jpg

Blogjes over hoe dat gaat met dit, en misschien moet ik daar op deze World Vegetarian Day maar eens mee beginnen. (Het is ook wereldborstvoedingsweek, dat weet ik omdat ik gisteren bij Kind&Gezin een magneet in de vorm van een borst kreeg. Nadat de verpleegster na heel hard het hoofd breken ontdekt had waarom mijn dochter afweek op de ‘standaard’curve. Maar aangezien ik mijn leven nog niet beu ben, ga ik daar maar niet over bloggen.)

Wel, dat gaat hier best heel OK, dat minderen met vlees. Het bleek een klik in mijn hoofd die vlot is gemaakt. Er komt nog vaak vlees op ons bord, maar toch een pak minder. Ideaal en perfect is dat dus allemaal niet, maar aangezien we dat proberen los te laten doen we van hoera, toch eigenlijk al niet slecht bezig! ’s Middags eet ik quasi nooit vlees meer bij mijn boterhammen, maar des te meer alle mogelijke soorten kaas, smeerkaas, dingen met eitjes, samen met verse soep of wat rauwkost. Het minst moeilijke deel, voor mij persoonlijk. Qua warme maaltijd streef ik naar 2 dagen per week veggie, 1 dag vis, wat het vlees toch al flink beperkt. Een echt gratuit stuk vlees als cordon bleu doe ik niet meer, want de veggie variant van quorn is bijvoorbeeld gewoon even lekker. Ik ben eigenlijk echt wel enthousiast over vleesvervangers.

Dat ik nog altijd niet geloof dat dit allemaal echt veel zoden aan de dijk gaat brengen, dat is ook een beetje waar. Dat het hippe internet met gezonde voeding en vegetarisme bezig is en kan zijn, is een geweldig goede zaak. Maar vaak was ik in vele gezinnen al enorm blij dat de moedertjes een worst van Denaldi bakten voor hun kroost met een vers gekookt patatje bij en een bokaal groenten. Veel te veel mensen hebben niet de kennis, de tijd, de energie, de goesting en het budget om met zulke zaken bezig te zijn. We kunnen dat wreed en lui en onverantwoord vinden, maar daar schreef ik al eens dit over.

Het lijkt misschien een gemakkelijk excuus, maar ik blijf er van overtuigd dat er daarom beleidsmatig dingen gaat moeten veranderen. (Helaas ben ik er ook van overtuigd dat ook dat niet gaat gebeuren, maar we gaan niet te pessimistisch doen.) Dat mensen er van langs krijgen omdat ze waarlijks nog een stukje tonijn durven eten (GIJ PERSOONLIJK ZULT VERANTWOORDELIJK ZIJN VOOR HET UITSTERVEN, LOSER!), terwijl onze Peppe op Njam lustig aan de slag gaat met 10 blikken tonijn en iedereen aanspoort om dat veel te eten wegens zo lekker en gezond, tja… Maar enfin, tot zover mijn boomopzetting, ik ben daar ook allemaal niet zo passioneel in, daar heb ik geen tijd voor. Ik ben te druk bezig om het gemakkelijke excuus niet aan te grijpen en toch minstens een beetje mijn best te doen. En met mijn kindertjes, huisdieren, manmens, huishouden en citroenen, dat ook.

overpeinzingen

Alweer vermist: gebruiksaanwijzing.

En zo blijk ik – naast die voor baby’s – alweer een gebruiksaanwijzing te missen.  “Hoe rouwt men?”, ware het niet een zo complex proces dat bij iedereen anders verloopt, ik zou er een foldertje voor laten maken. Niet dat ik niet eerder mensen verloor… Ik heb al een behoorlijke tijd geen grootouders meer en 2 jaar geleden verliet lief zijn mama ons ook al veel te vroeg. Maar ook toen stond ik steeds voor een vraagstuk: wat is dit nu? Hoe moet ik mij nu voelen? Bij andere blogsters die ook ouders verloren lees ik veel meer pijn, intens verdriet, doorleving. Voorlopig ben ik niet overmand door al die dingen. Ik stel vast dat ik het grootste deel van de tijd gewoon doorbreng zoals tevoren: zorgend voor mijn kindjes (grote vakantie, WIE heeft dat ooit uitgevonden?), mijn huishouden, etc. Ik moet me niet forceren voor een glimlach en snuit geen 10 zakdoeken per dag vol. Ik denk wel erg veel aan haar en haar foto staat op een doodsprentje op mijn kast, en dat is nog steeds het vreemdste zicht ooit. Soms heb ik moeilijke momenten, dan word ik meestal eerst heel stil en eindigt het een paar uur later in wat tranen. Geen hysterische huilbuien, maar wat stille en bescheiden tranen. Het is nog te onwerkelijk. Het lijkt zo tijdelijk, en het idee dat dit voor altijd zal zijn, boezemt zoveel rauwe angst in dat ik het nog niet echt kan toelaten. Dat ik mijn mama gewoon nooit meer zal zien? Zo echt nooit? Dat mijn papa daar nu echt gewoon definitief zo helemaal alleen zit? Pfoe.

Ik hoop dat ik u niet choqueer, maar zo brachten wij ook een woensdagnamiddag op deze manier door.

 photo foto-5_zpsb73ba5d5.jpg

We kregen daar heel erg veel reacties op… Mensen vonden het prachtig, maar leken te denken dat het schilderen wel een soort bijna sektarisch gebeuren moet geweest zijn, met veel gehuil en gejammer en geklaag. Daarin moet ik ze helaas teleurstellen. De aanblik van de kist gaf ons allen een “ach maar ma’tje toch…” gevoel, waarop we vooral gewoon aan de slag gingen. En het probeerden te maken tot wij zij had gewenst.

Ze vroeg ons ook om geen zwart te dragen, en dat deden we niet.

 photo foto-6_zpsed2c5a13.jpg

Er was mooie muziek, liedjes die ze zelf had gekozen. En het liedje van dat Holland meiske – dat ik al zolang met alle macht had weten te vermijden – maar dat mijn papa nu absoluut op de dienst wilde. Muziek is namelijk mijn achilleshiel. Wil ik toch verdriet forceren, dan weet ik altijd zonder problemen hoe. Ik heb deze linkjes opgezocht maar niet beluisterd, want dan gaan de kraantjes open… Ook andere liedjes die zij zo mooi vond kozen we uit. Het was mooi, ze had het afscheid prachtig gevonden, daar ben ik zeker van. En de rit naar Lochristi was wel de moeilijkste van mijn leven. (En vrijdag de 21e de zwaarste dag, maar dat zal er eentje voor een paswoordje worden, als ik me er al kan toe brengen het neer te schrijven…)

Maar goed. Ik vind het een enorm bizar gegeven, de dood. De feitelijkheid is eigenlijk maar banaal: haar kleren liggen nog thuis, haar schoenen staan er nog, al haar spulletjes, maar zij is er niet meer. We eten net als tevoren allemaal samen, maar zij zit niet op haar stoel aan de tafel. Het is leger, maar verder weinig spectaculair. Het is alles wat die feitelijkheid met zich meebrengt, dat misschien nog moet doordringen… Voorlopig ben ik er echt niet goed in, in dat rouwen. Ik ben, zoals gewoonlijk, wel goed in obsessiviteit, en heb daarbij misschien niet toevallig gekozen wat zij ook deed. (Geen nood hoor, ik weet nog steeds niet hoe ik dat rotbeleg aan die rotrits moet krijgen, ik doe dat nu met de hand. Van ver ziet het er allemaal schoon uit, van dicht wat minder. Ik doe eigenlijk gewoon een hele hoop dingen die ik nog niet kan, maar ik zei het al: obsessiviteit.)

 photo foto-4_zps1e2c0247.jpg

Ach… Mijn moederke weg, ik vrees dat ik het eigenlijk gewoon nog niet kan geloven. Zucht.

overpeinzingen

Zo gaat dat dan.

Een blog die verwordt tot wat ge nooit bedoeld hadt. Met eigenlijk best veel miserie, veel intieme dingen, die ge dan toch maar achter paswoordjes verstopt. Terwijl ge een beetje allergisch waart aan paswoordjes. Tja. En veel weekmenuten, dat ook. Een mengelmoes van oppervlakkige en minder oppervlakkige dagdagelijkse dingen.

Vroeger blogde ik ook, en dat was ook vaak persoonlijk. Maar toen was ik een puber. Ik wist niet beter en vond die uitlaatklep wel fijn. Tot die serieuze klets in mijn gezicht, die me meteen ook de gevaren van het wereldwijde web liet zien. Het bleek allesbehalve veilig. Ik liet het enkele jaren voor wat het was, maar de lokroep van de blogwereld bleek te sterk. Ik hou ervan, ik kan het niet helpen. Dit plekje werd eigenlijk helemaal niet wat ik voor ogen had. Maar het is mijn plekje. Jullie zijn niet bijzonder talrijk, en dat is goed zo. Velen kennen me zelfs persoonlijk en ik vind het een goede manier om jullie bij mijn leven betrokken te houden. Want dat is wat drukker geworden dan pakweg 10 jaar geleden, maar dat wil niet zeggen dat ik mijn naasten minder nodig heb dan toen…

Het is een intense tijd. Een vreemde en lege tijd. Een tijd waarin begint door te sijpelen wat er allemaal gebeurd is, en dat ze weg is. Voor altijd. Wat mij het ene moment brengt tot “och het gaat wel”, en het andere moment tot paniek. Een tijd van diepe teleurstelling in anderen, ik kan dat niet ontkennen. Maar ook een tijd van blijdschap met de vriendschap of familieband met andere anderen. En dankbaarheid voor wie jullie zijn, wat jullie zeggen, wat jullie schrijven, wat jullie doen. Duizend keer liever iets onbeholpen, dan gewoon niets. Laat sommige mensen nu blijkbaar net voor dat tweede kiezen…

Dat het hier geen opbeurend plekje zal worden, daar bent u voor gewaarschuwd. Ik gooi er af en toe nog een weekmenuutje tussen om het wat luchtig te houden, als dat voor u goed is. Verder nog steeds zeer welgekomen, bij de postjes met en zonder paswoord. Ik ben Lieve, en ik heb geen moeder meer. Zo, dat is er uit.

le nouveau bébé est arrivé, Nino, overpeinzingen

Nog niet verzopen, en dat is een kunst als ge naar buiten kijkt.

“Het is alsof er nooit iets gebeurd is!”, sprak mijn gynaecoloog, na het postnatale controlebezoekje. En zo voelde het ook. Gewicht weg, alles weer op zijn plaats, ik weer in een onaangename positie op zijn tafel maar dit keer met een slapend wichtje in de buggy naast me. “En zo braaf, ge kunt er mee buitenkomen!”. Tja, dat was dan weer een moedige uitspraak. Ik had immers het lief gesmeekt om mee te komen, want ze zou vast weer krijsen in de maxi cosi en dan zou ik daar liggen en haar niet kunnen oppakken en de dokter zou er ook gek van worden en… U kent het misschien wel, de lichte stress die een onvoorspelbare bleitbaby met zich meebrengt.

Ik ben al een pak meer getraind dan bij kind 1 en versleep 2 keer per dag een baby in maxi cosi en peuter van en naar school. Soms krijst de baby, soms laat de peuter zich hangen (of wil hij een slak zoeken, of een steentje in het water gooien, of is hij bang van een camionette, of…), maar moeder verpinkt nog amper. Ik draag de peuter naar bed met de baby in de draagdoek, zeul met wasmanden, maak eten terwijl ik tracht me niet te verongelukken over rondslingerende autootjes. Yes, I can! Geen wonder dat het extra gewicht deze keer na een maand al was weggesmolten, het jonge-moeder-jongleren is beter dan welk dieet ook.

Maar goed, de zoon is dus vertrokken voor paar jaartjes schoolcarrière. Na een paar dagen niet huilen kwamen een paar dagen groot verdriet en inmiddels lijkt er voor hem wat rust teruggekeerd te zijn. De hysterische buien blijven sinds het schoolgaan achterwege, hij bekijkt de baby niet meer als indringer en mij niet meer als ’s lands grootste verraadster. Hij komt met zand en snot op zijn gezicht terug van school en moeder krijgt overal complimenten over dat baasje dat er zo teer uit ziet, maar daar rondloopt alsof hij nooit wat anders gedaan heeft. Gisteren kwam het eerste dramatische verhaal over Seppe die hem pijn had gedaan en Mauro ook en de ‘noek’ en ‘geweend’, waar ik na een kwartier al kop noch staart kon aan krijgen. Ik vermoed dat ze allen een beetje op mekaar hebben gemot, maar dat kan een foute interpretatie zijn.

 photo foto-9_zpsed6db951.jpg

De dochter dan, die vond het wel prettig om mij eens te te tonen hoe stom ik wel was met mijn sceptische ‘pfft, bestaan er wel nog baby’s zonder reflux tegenwoordig?’, door… zware reflux te hebben. Ik moest van de kinderarts eens noteren hoe vaak per dag ze hikte en herslikte, en kwam op een keer of 40. Ik moest er zowaar zelf even van slikken. We sleepten ons door een paar weken voeden – wenen – draagdoek – voeden – wenen – draagdoek… en het kind toonde zich het onrustigste babietje dat ik al had gezien, continu wroetelend en wriemelend en vechtend met haar eigen lijfje. Ze vond enkel slaap en rust dicht bij mij en weigerde pertinent om haar mooie cosleeper in gebruik te nemen. Inmiddels is ze dan toch een metertje opgeschoven, mijn nek en rug zijn daar dankbaar voor, mijn hart neemt alweer afscheid van een klein hoofdstukje. Ik moet bekennen dat ik heb ingehaald wat ik bij de zoon heb gemist, aan nabijheid met dat verse babygrut. Het is en blijft toch iets bijzonders en unieks, die band moeder – pasgeborene. Haar eerste prikjes toonden ook haar talent tot rasechte dramaqueen, met pathetisch huilen – stoppen – er terug aan denken en nog meer pathetisch huilen… Maar wreed schattig, dat is ze wel. Kijk maar.

 photo foto-1-1_zpsd37f5aa8.jpg

U zal het mij vast vergeven dat ik nog niet uitweid over de beterschap die lijkt aangebroken dankzij de nieuwe medicatie, babyvloek en al. Maar u mag samen met mij duimen dat het echt zo is natuurlijk.

Enfin, u leest het, ondanks alles bevalt het moederschap mij nog steeds zeer. Niet teleurgesteld of depressief geworden hier door de komst van nummer 2, voorlopig voelt het echt allemaal goed aan. Laat het een hoop wezen in deze voor jonge moeders turbulente tijden. (Nu ben ik wegens het verlopen van mijn tijdelijk contract ook wel werkloos en wil ik eigenlijk maar halftijds meer werken (LUI! AFHANKELIJK!), dus moet u misschien naar mij niet luisteren.)

overpeinzingen, Weekmenu

Week 11/5 – 17/5

Het was een bizar weekje. U weet dat of u weet dat niet, maar ondergetekende woont in Wetteren. En daar viel deze week heel wat te beleven! Nu wonen wij niet in de zogenaamde gevaarlijke perimeters, maar eerder in de suburbs van deze grootgemeente. U herinnert zich dat of u herinnert zich dat niet, maar het was ook vrij mooi weer vorige week. Zodoende zaten mijn 2 kleine kindjes en ik eigenlijk al 2 dagen grotendeels buiten, toen er zo helemaal geen gevaar was voor de volksgezondheid en we dachten dat er ‘gewoon’ een trein lag te branden. Nadien veranderde dat een klein beetje natuurlijk, met 3 dagen innerlijke paniek bij moeder tot gevolg. Een heel vreemd gevoel als uw basisveiligheid verdwijnt, ge u niet meer veilig voelt in en rondom uw eigen huis en zelfs niet in uw eigen lichaam (want wat is daar mee gebeurd?). Ik hoorde en zag 4 dagen continu sirenes, en al waren dat topdagen voor de zoon (kijk mama, tutatuta!), ik had er mijn misselijke buik van vol. En toen kwam bovendien nog de dag dat de perimeters en de zones helemààl verwaterden (haha!) door een pak regen, met paniek bij hulpdiensten en bevolking tot gevolg. Ik zeg het u, er zijn fijnere dingen dan met een huilende baby in de draagdoek een huilende peuter de trap op sleuren om een noodvalies te maken. Het bracht niet het mooiste in mij naar boven.

Intussen is de rust een beetje weder gekeerd. Er is veel over gezegd en gezeverd, want dat bleek weer helemaal eigen aan de Vlaming: waarlijks iedereen had er wel een interessante mening of analyse over te verkondigen. En dan nog op het moment dat de crisis nog helemaal niet was bedwongen, that is. Ik kan alleen maar vaststellen dat hier meer dan keihard gewerkt is om de mensen zo veilig mogelijk te houden, en dat volgens mij echt geen enkele stad of gemeente er in was geslaagd om iets van deze omvang vlekkeloos tot een goed einde te brengen. Overmacht en uitzonderlijke situatie enzo, weet u wel. Dat ge in het ene huis niet binnen mocht en op het terrasje ernaast een pint kon zitten drinken, dat was inderdaad een beetje raar. Maar geef nu toe, het is al even raar dat ge dat überhaupt zoudt willen doen, die pint daar drinken, op dat moment. Zo is het even raar dat ge 2 dagen later met uw hondje langs het wrak gaat wandelen of kruiden plant in uw tuin, en vervolgens de nog steeds even keihard werkende politie lastig valt met ‘is dat wel veilig??’. Het moet een beetje van 2 kanten komen denk ik zo. Enfin.

Wat ik ook een week deed, was leven zonder ook maar 1 spoortje koemelk. Of ik een echte bleitbaby heb geproduceerd laat ik in het midden, maar dat ze toch vaak huilt en vooral soms zeer onrustig is, is een feit. Dat ze reflux heeft is ook een feit, getuige daarvan de keer of 30 per dag dat ze met een zuur gezichtje herslikt, de ontelbare stroompjes kots die mij reeds overvloeiden en het complete gebrek aan slaapjes overdag, tenzij opgewekt door het honderdste toertje dat moeder rond de livingtafel loopt te schudden met de kleine dame in de draagdoek. Omdat de eerste refluxmedicatie niet bleek aan te slaan, viel dat dieet maar eens te proberen dacht ik zo. Het leverde niet veel op, ik ga dat straks dan maar ‘vieren’ met een flinke bol mozzarella op mijn pasta. Lieve zonder kaas, dat is namelijk toch maar gelijk een café zonder bier. Of zoiets.

Goed, over tot de orde van de week(menuut)!

overpeinzingen

Eet dat kind met haar weekmenuten nu nog altijd zoveel vleesch?

Wel ja hoor, blijkbaar. En dat in tijden waarin ge om écht mee te zijn toch minstens van Dagen zonder vlees moet doen, en eigenlijk bij voorkeur gewoon vegetarisch of zelfs veganistisch door het leven poogt te gaan. Ik zal u wel eerlijk bekennen: ik worstel daarmee. Principieel heb ik eigenlijk geen probleem met de consumptie van een stukje beest. Als ik op National Geographic een leeuw een ander wezen zie verorberen, of ik zie mijn lievelingsdier in actie, dan is immers maar pijnlijk duidelijk dat levende wezens in sé niet lief zijn voor mekaar, als het aankomt op leven en overleven. Maar soit, dat is een discussie van geheel andere aard, ik heb het volste respect voor mensen die er wél principieel problemen mee hebben.

Waar ik dan wel mee worstel, is het feit dat de diertjesrestanten op mijn bord niet afkomstig zijn van gelukkige, vrije en vranke wilde beesten. Beesten die enkel de pech hadden voor consumptie van een ander wezen gesneuveld te zijn, maar verder best wel een genietbaar leven hebben gehad. Ik zou daar perfect mee kunnen leven. Maar het is niet zo, we kunnen dat moeilijk ontkennen… Vele mensen trekken daar conclusies uit en nemen het op zich om hun levensstijl daaraan aan te passen, en ik vind dat helemaal geweldig. Bewonderenswaardig op zijn minst. En ik vraag mij af waarom mij dat niet lukt. Ik ben zeer traditioneel opgevoed, met bijna dagelijks vlees, groenten en gekookte patatjes. Met gehakt, gebraad, koteletten, worsten en biefstukken. Met hesp op de boterham en balletjes in de soep. Ik vind mijn weekmenu’s al een pak gevarieerder, maar het geraakt niet uit mijn lijf. Ik eet graag vlees, en als ik vleesloos kook dan vind ik het zelden echt heel lekker, tot mijn grote spijt.

Maar dat is mijn persoonlijke verhaal en probleem, dat doet er eigenlijk niet zo toe. Los daarvan moet ik toegeven dat ik best wel gebukt ga onder de schuldinductie die heerst in de huidige maatschappij. Het kan aan mij liggen, maar ik krijg het gevoel dat ik – als burger/consument – erg veel verantwoordelijkheid moet nemen voor allerlei zaken waar ik (rechtstreeks) eigenlijk vrij weinig mee te maken heb. Ik moet van Dagen zonder vlees doen, omdat de dieren teveel afzien. Ik moet andere kledingwinkels  bezoeken, want arme zielige kindjes hebben mijn kleed aan mekaar gestikt. Ik moet bio kopen, want mijn fruit hangt vol pesticiden. Op TV passeert om de haverklap een clipje met ‘binnen 5 seconden sterft weer een vrouw tijdens de bevalling’, met ‘ik ben Sofieke, ik zit nu nog in de baarmoeder maar zal binnen 20 jaar kanker krijgen’, met ‘het klimaat om zeep’, met ‘aardbeving heeft duizenden levens verwoest, kijk maar eens goed naar de miserie’… EN VERDOMME GIJ DAAR THUIS IN UW LUIE ZETEL, DOE ER IETS AAN! Begrijp me niet verkeerd, ik wìl daar ook allemaal iets aan doen. Maar de veelheid overspoelt mij. Ik heb nooit gevraagd om vergif op mijn appeltjes, om gruwelijke praktijken in de vleesindustrie, om enge ziektes en natuurrampen. Ik wil helpen, bewust leven en mijn best doen, maar het is te veel hooi voor op mijn vorkje. Een ton of 10, zelfs. Ik vraag mij soms af of u daar allemaal geen last van heeft, u die in de bioplanet linzenspread gaat kopen, Ecover gebruikt en uw haar niet meer wast met shampoo. Er is blijkbaar werkelijk zòveel dat anders zou moeten, dan ik al op voorhand moedeloos word bij de gedachte dat ik mij daar allemaal terdege zou moeten over informeren en er naar zou moeten gaan handelen.

Ik leef mijn leven, probeer goed te zorgen voor mijn naasten, partner en kindjes. Probeer mijn werk – ook mensen helpen – naar behoren uit te voeren. Probeer mijn huishouden te organiseren, dagelijks eten op tafel te toveren en het bovenop alles ook nog een beetje leuk te houden. Ik probeer daarbij zelfs nog wat bewust te leven, door bijvoorbeeld toch ietwat milieuvriendelijk te zijn, wat bio te kopen hier en daar, mijn vleesinname te beperken (’s middags niet meer bijvoorbeeld), af en toe de goede zaken een centje toe te steken… Maar eerlijk, als ik dan in een reportage zie dat de eitjes die mij verkocht worden als deze van kippetjes met een pak vrije uitloop, eigenlijk van kippetjes met amper vrije uitloop zijn, dan heb ik het wel gehad. Alsook wanneer die goeie doelen door de mangel worden gehaald, of blijkt dat ook biobeesten niet zo goed behandeld worden. Dan vind ik dat leugens en bedriegerij en vind ik het heel erg dat ik me daarvoor nog eens schuldig voel op de koop toe. Het is vast te simplistisch om te denken, maar eigenlijk vind ik stiekem dat het ook wel de job van iemand anders moet zijn, zorgen dat het beest dat ik eet geen vreselijk leven/dood heeft gehad. Zorgen dat er op grote schaal dingen voor het milieu in beweging worden gezet. Zorgen dat de dingen die ik koop een beetje verantwoord geproduceerd zijn. Als tonijn met uitsterven is bedreigd, dan wil ik geen honderd blikjes meer zien staan en kunnen kopen. Toch?

Enfin, het zijn maar wat gedachten van een simpel Vlaamsch meiske dat blijkbaar minder ruggengraat heeft dan velen onder jullie. Al die schuld en verantwoordelijkheid doen heus wel wat met mij, maar eigenlijk niets goeds of productiefs. Het is ongetwijfeld niet zo bedoeld, maar bij mij werkt het allemaal eerder verlammend. Keihard chapeau voor mensen die daar wel constructief mee aan de slag gaan. Maar ’t is dus maar dat u het weet: niet boos zijn op mij, ik heb heus wel een geweten. Alleen weet ik niet altijd wat ik ermee moet aanvangen.