Monthly Archives

februari 2010

de hulplijn, Hummeltje, overpeinzingen

Zap

Het vorige logje heeft mij op een idee gebracht. A cunning plan, haha! Volgens mij lezen hier toch enkele dames die het hele “eerste-kindje” proces al doorlopen hebben. En sta mij toe daar gebruik van te maken. Als ik mag? *kijk eens heel lief*

Zie je, ik weet ook wel dat er fora bestaan op het interweb waar je als zwangere deerne terecht kan met vragen en bezorgdheden. Maar ik weet ook dat dit gevaarlijke oorden zijn. Men denke aan *sidder en beef* Zappy, bijvoorbeeld. U heeft er ongetwijfeld wel al van gehoord. Misschien bent u er ook actief (geweest), er zullen heus ook wel normale dames vertoeven. Maar over het algemeen… Laat ons gewoon zeggen dat ik wist dat ik er beter weg zou blijven. Ik ben echt geen moeilijk meisje, maar heb wel een probleem met onverdraagzaamheid, te scherpe reacties, voor- of veroordelen. En dan kriebelen mijn vingers en kan ik het niet laten me toch te gaan moeien. Tegen beter weten in, hoor. BLIJF ER DAN WEG, hoor ik u denken. Natuurlijk. Easy-peasy.

En dan ben je zwanger, en mag je dat aan niemand vertellen. En surf je zo eens op het wereldwijde web. En ach, waarom niet, check je eens of er op babysites misschien vrouwen zijn die ongeveer net zover zijn als jij. Gewoon even checken, lezen. That’s all. Tot er plots een verhaal opduikt van een meisje dat ongewenst zwanger is en een pak psychische problemen heeft, en haar verhaal kwijt wil. En die genadeloos wordt afgeslacht omdat ze abortus overweegt.

Ja, u hoort het, ik kon het natuurlijk weer niet laten. Ik heb me aangemeld en gereageerd. I am so bloody predictable. Pas op: met redelijke, beleefde, zelfs begrijpende maar kordate bewoordingen. In een poging om de zotte wijven lieve dames van Zappy – die het meisje aanspraken als ware ze een rasechte seriemoordenares – even door mekaar te schudden. Heeft het iets uitgehaald? Ongetwijfeld niet. Het meisje is verdwenen en de dames roddelden stevig verder, elke ietwat genuanceerde reactie die er werd neergepend (want ik was gelukkig niet alleen) negerend. Dus deed ik wat ik bij voorbaat wist te zullen moeten doen: ik kapituleerde en schreef er niets meer neer. Mijn woorden kunnen niet op tegen zoveel hormonaal geweld. En ik vervloekte mezelf omdat ik in de val was gelopen.

Voel u nu aub niet ambetant als u actief bent op Zappy of denkt: “Ik zou dat kind ook wel eens mijn gedacht gezegd hebben”. Van mij mag dat allemaal. Het ligt gewoon in mijn karakter om tot in het absurde altijd redelijk en beleefd te proberen zijn. Ook tegen mensen die dat zelf niet zijn. Bovendien heb ik al iets teveel “realiteit” gezien om nog kortzichtig te reageren. Betreffende het voorbeeld: ik heb heel kort even abortusgesprekken moeten voeren. En wat ik daar allemaal gehoord heb, was 1000 keer erger dan wat het meisje schreef. Zij had tenminste angsten, zorgen en twijfels. Sommigen houden het bij: “Ja madam, we hebben maar 1 kinderkamer hé”. Ook heb ik in mijn andere jobs in alle lagen van de bevolking gewerkt, en was ik bijvoorbeeld na enkele jaren al bijna blij als een zwangere vrouw *alleen maar* rookte. Want ik heb het veel, maar dan ook veel erger geweten. Een prachtig klein jongetje bijvoorbeeld, dat niet kon rechtop zitten omdat zijn heupjes waren misvormd. Iets wat wel vaker voorkomt bij de zogenaamde coke-baby’s. En ik vind het vaak zo jammer dat mensen lijken te denken dat dit uitzonderingen zijn. Vieze marginale mensen die ergens in een uithoekje van uw stad wonen. Het spijt me, maar niets daarvan. De realiteit is zo divers, ze is niet optimaal of ideaal, dus we kunnen er maar beter mee leren omgaan. In plaats van en masse iemand te gaan bijna-lynchen die op een zwangerschapsforum durft toe te geven dat ze gisteren een sigaretje opstak.

Maar bon, tot zover de preek van de week.

Mijn cunning plan dus. Ik ga jullie als forum gebruiken, natuurlijk! Ik zal er een apart rubriekje voor maken, zodat mensen die denken “Lord no, weer gezaag over baby’s”, direct kunnen wegklikken. Als dat niet sympathiek is. Jullie zijn nu al heel erg bedankt voor de tips in het vorige stukje, maar er komt dus nog meer.

Hummeltje

Gewenning

U moet weten, geduld, dat is mijn sterkste kant niet. Als ik iets wil, dan kan ik daar niet al te lang op wachten. Bovendien hebben lief en ik dit helaas gemeen. Bij mij beperkt dit zich meestal tot bv. een paar schoenen dat ik gezien heb en waar ik – uiteraard – direct moet omgaan, het lief zijn smaak is ietwat duurder. En hij heeft goestjes. Ik voel ze na een jaar of 4 wel al redelijk goed aankomen. “Kijk eens, dat is nog een schone pen hé?”, resulteert in de aanwezigheid van een veel te dure pen een week later.

Hummel heeft de ongeduldigheid van zijn ouders goed begrepen en liet niet echt lang op zich wachten. Ik had het zelf erg snel door, dat er iets niet pluis was. Daarom deed ik een testje en ging toen naar het lief met de nu al historische woorden: “Zeg kijk eens, ziede gij daar nu een streepke in?”. Lief – niet wetend dat ik aan het testen was of daar überhaupt een reden voor had – viel net niet van zijn stoel en wist zich nog naar de kast de begeven om zich een dubbele whisky in te schenken. Ikzelf besefte stilaan wat ik hem gevraagd had en vooral: wat het antwoord was.

Ik was toen vermoedelijk nog maar iets meer dan 4 weken zwanger (en dus eigenlijk nog maar 2 weken), dus we hadden nog zo ’n 8 weken te gaan. Te gaan voor ik het officieel wilde maken, te gaan voor ik enigszins gerust durfde te zijn. En 8 weken, ik vind dat lang. Veel te lang, zelfs. Sommigen hadden het al snel door, in de feestperiode valt dat gelijk toch echt wel wat meer op. Ik schonk mezelf dan ook Kidibul in achter de rug van de andere feestvierders (visueel geen verschil met echte bubbels), en zei dat ik gestopt was met roken als goed voornemen. Bwahaha, they should have known: ik heb helemaal niets met goede voornemens. Maar het lukte, meestal, behalve bij moeders en allerbeste vriendinnen, ge kent dat: die zijn niet zo makkelijk te verschalken. Maar dat vond ik dan ook niet erg, als het mis zou gaan, dan hebt ge die mensen ook nodig, denk ik dan.

Na de goede 9 weken echo volgde de tweede bekendmaking aan broer, zus, schoonbroer en hun kinders. Zij werden uitgenodigd hier ten huize voor een boterhammeke met bijbedoelingen. We kochten voor het aperitief een magnum-fles champagne en ik kwam op het sublieme idee om die van een bijzonder merk te voorzien:

Er werden eerst wat wenkbrauwen gefronst bij het aanschouwen van de fles, maar eens de euro was gevallen, was er vreugde alom. Ik blij dat we ook daar weer vanaf waren, want mijn zenuws swingen op dergelijke momenten echt de pan uit. Ook bij de echo’s, trouwens. Geloof mij, ik weet dat ik mijn beide pollekes mag kussen voor het gebrek aan symptomen en dat doe ik ook, maar soms denkt ge dan echt dat het allemaal niet waar is. Maar zenuws dus, naar ’t schijnt proeft Hummel dat aan mijn vruchtwater, dus ik wil dat arme kind zijn enige drankje niet bezoedelen.

Wat we inmiddels nog achter de rug hebben is het eerste bezoek aan een babywinkel, alwaar we ons nog danig niet op ons gemak voelden tussen de dikke buiken en ontelbare ukken in buggy’s. Het is nog vroeg om daar al rond te lopen, maar ik ga voor de gewenning. Af en toe eens binnengaan, telkens een minuutje langer. Ook moest ik mij wegsteken achter de rekken omdat ik een Facebookvriendje spotte, ik zal maar weer die chance hebben. Bovendien valt het dan echt wel op hoe weinig ge er nog maar van weet. “Eej kijk, dat is een schoon beddeke, niet?”, waarop bij mij de volgende gedachtenstroom volgde. “Maar waar moet dat dan eigenlijk staan… In het kinderkamertje dat we voorzien hebben boven, of beneden in de living? Tiens, zo’n kindje slaapt toch veel overdag en ’s nachts… (Of laat ons dat alleszins hopen). Kopen mensen dan 2 beddekes? Of een wieg en een beddeke? Maar daar is gelijk geen verschil meer tussen?” U zal merken, wij zijn leken, en gaan ons nog wel meer domme dingen afvragen. Over het voorgaande: dom of niet, ik weet feitelijk echt niet hoe mensen dat doen. Dus enlighten us, ervaren blogmoeders. Daarna werd ik een beetje bleek bij het aanschouwen van de 1000 soorten buggy’s, 10 000 soorten maxi-cosi’s, hangmatten voor baby’s, automatisch wiegende relaxjes met afstandsbediening (elp!) en badjes in 35 uitvoeringen.

Maar het zal wel loslopen, denk ik dan. En we hebben nog tijd. En toch ook nog wel een beetje gezond, nuchter boerenverstand. En ook en vooral: wij zijn ook redelijk deftig opgegroeid, zonder al te veel gedoe. Oef.

Ps. Van dat ongeduld… Dit berichtje stond natuurlijk al een hele tijd klaar in Draft. Alsook het vorige. Aja.

Hummeltje

Ah, wacht eens.

Ik was geloof ik nog een detailke vergeten vertellen hier. Peis ik.

Mag ik jullie even aan iemand voorstellen?

Dit is Hummeltje.

Hummel is onze eerste gezamenlijke levende creatie en mijn allereerste buikbewonertje. Hummel is het ultieme nieuwjaarscadeautje en zijn of haar aanwezigheid werd ons – na enkele (enkele, ja) positieve thuistesten – officieel door de huisarts bevestigd op oudejaarsavond. Geen champagne (of allez, eentje, boehoe) of wijn aan de feestdis voor mij, maar des te meer verwondering. Net dit jaar vierden we enkel met ons tweetjes. Ik had wel gehoopt dat 2010 beter zou mogen worden dan 2009, maar zo letterlijk had ik het nu ook niet verwacht. De meest nabije mensen weten het al even, maar ik ben een voorzichtig en nuchter meiske, dus de wijde wereld moest even wachten tot het passeren van de magische kaap van 12 weken. Zijnde: vandaag! Om het met de woorden van mijn gynaecoloog te zeggen: “Nu zijn we echt goed vertrokken”. Bovendien zijn bijna alle blogbaby’s geboren of toch al flink hun aankondiging gepasseerd, dus ’t is mijnen toer. Ge moet maar eens heel den tijd zwijgen als iedereen over beebietjes bezig is, puf (zie mij al oefenen maat. Hebdem?). En ik maar receptjes posten om mijn nood aan een anderssoortige publicatie te compenseren.

Hummel bewijst door zijn/haar uitstekende timing nu al een voorbeeldig kind te zijn. Hier had ik een ongetwijfeld indrukwekkend stukje geschreven over hoe ik nog geen seconde misselijk was geweest, tot die namiddag dat mijn maaginhoud toch besloot maar eens opnieuw de buitenwereld op te zoeken. Maar dat was in week 10 en volgens de boekskes is de HCG-waarde in uw zwangere lichaam dan het hoogst, en de klachten het ergst. (En nee, zwijgt, spreek dat niet tegen en geef vooral geen voorbeelden van hoe het bij u pas dan goed begon, ik geloof de boekskes *pray*). Bovendien bleef het daar voorlopig bij, dus we gaan absoluut niet neuten. Ik moet ook wel zeggen, ik had toen in ijltempo een kan thee uitgedronken, en van sommige soorten thee word ik mottig (interessant, niet waar.) Dus mogelijks had het zelfs niets met Hummel te maken. Nu al valselijk beschuldigd, ocheer. En ik ga verder met mijn stukske. Moe ben ik wel, maar niet wereldschokkend erg. Ik lust nog steeds alles, krijg nergens braakneigingen van en eet geen schellekes hesp met choco. Noch augurken met confituur. Zo braaf zeg, dat kind. (Oh, dat mijn schoon velleken herschapen is tot een maanlandschap, dat vergeten we even).

Hij/zij groeit nochtans uitstekend en maakt van de echomomenten daardoor iets onwezenlijks. Een wezentje met menselijke vorm en een hevig bonsend hartje. “Man, zit dat serieus IN mijn buik??”, denk ik dan, en ik kan me telkens maar net inhouden van dat in het oor van mijn gynaecoloog te brullen, want ik vind die mens nog wat jong voor een hartaanval. Ik heb het namelijk niet zo voor gynaecologen en deze valt gelijk best mee, dus we gaan er een beetje voorzichtig mee zijn. Maar ja, het blijkt effectief zo te zijn dat er iets zijn/haar intrek genomen heeft in mijn baarmoeder, en volgens schatting zal dat ongeveer tot 9 september zo blijven. Al zijn er al een beste vriendin (31/8) en een vader (8/9) die in de buurt van die datum verjaren, en hopen op een leutig verjaardagscadeautje. Dat daar zoiets zal bijhoren als *bevallen*, daar denken we voorlopig nog niet aan. (IK?? Bevallen? Hahaha! Euhm, ik bedoel, slik en ook wel hellep).

Ik ga Hummel maar meteen omdopen tot “hij”, als in “de baby”, als u het niet erg vindt. Dit om het schrijven niet te moeilijk te maken, want dat ge-hij/zij, ik word daar zelfs na dit ene stukje al een beetje gek van. Ik weet dat het niet meer in is om mysterieus te doen, maar zelf ben ik niet van plan veel over Hummeltje prijs te geven. Kwestie van dat kind zijn privacy een beetje te respecteren, daar zo in mijn buik. En van iedereen toch nog een beetje te kunnen verrassen*. Maar dat is me met dit postje misschien ook al een beetje gelukt?**

* Op voorwaarde dat jullie niet allemaal maandenlang gaan proberen om ons erbij te lappen en ons onze mond te doen voorbij praten, want dat ga ik niet wijs vinden. Zodus: *mevrouw Protut-mode aan*: Willen we dat afspreken?

** Of niet zo heel erg meer. Want de combinatie enthousiaste toekomstige grootvader, pensioenfeest en wijn bleek dodelijk voor de zwijgplicht. Waarmee mijn primeur me voor een stukske werd ontnomen, maar allez. Wat bijna-bleitinge daarover en we zijn het ook alweer vergeten.

Uncategorized

Assistentie gevraagd

Euhm, ja, ’t is een beetje een technisch lastige vraag die ik wil stellen. Ik hoor namelijk dat sommigen deze blog niet vlot kunnen bekijken. Ik zou dus vragen: “Lukt dat bij u goed?”, maar als het antwoord negatief is, dan krijgt ge dit berichtje waarschijnlijk ook niet geopend en kunt ge de vraag niet lezen, dedju.

Als het bij u wel goed lukt, laat eens iets horen? Als het zelden lukt en nu net eventjes wel, ook? U kan commenten, twitteren, mailen (lieveberckmoes@hotmail.com), als dat geen diversiteit aan communicatiemogelijkheden is.

Ik dank u bij voorbaat! (Mijn lief, die dankt u niet, want die heeft de blog ontworpen en draait hem op een eigen server. Die gaat dus een schop onder zijn bekoorlijke derrière krijgen. Misschienst. Anderzijds houdt hij wel van perfectie in zijn vakgebied, dus dankt hij u waarschijnlijk ook. Als dat niet schoon is.)

overpeinzingen

De politie, onze vriend.

Weet u, wij wonen hier op een nogal riskante plaats. U kent dat wel, het is hier erg rustig, maar tegelijkertijd ook gewoon geweldig vlakbij de E40. Wie daar zin in heeft kan hier op het gemakske wat huizen leeg roven, en enkele minuten later al tientallen kilometers van hier verwijderd zijn. Want die E40, die brengt u overal. Helaas is het dan ook al meer dan eens gebeurd, datgene wat ik net beschreef. Zelfs bij onze eigenste buren.

Het maakt een mens wel wat alerter. Bovendien is hier vlakbij een veiling en een kleinschalig shoppingcenter, reusachtige parkings inclusief. Parkings die ’s nachts leeg, donker en verlaten zijn. En daardoor uitnodigen tot allerlei – euhm – aparte activiteiten. Ik weet al langer dan vandaag dat het menselijk wezen geen heilig boontje is en mag dat hier regelmatig eens bewezen zien. Spannende dates tussen sjieke heren in BMW’s en blonde dames in BMW’s die ze van hun echtgenoot hebben gekregen, maar die blijkbaar niet volstond om alle behoeftes te stillen. Dames en heren die bij mekaar in de wagen kruipen, innig zoenen, afscheid nemen en beiden zo onopvallend mogelijk terug naar de eigen auto spurten. Jongeren die de auto van papa eens hebben mogen lenen en het da bomb vinden om een half uurtje de banden te testen door tegen kweetniethoeveelper uur in het rond te scheuren. Als het sneeuwt dan is dat dubbel fun, want dan kunt ge ook glijden. Allez, u snapt het wel, entertainment is hier zelden ver te zoeken.

Gisteren keken wij naar Green Wing (su-per!) en zag ik dat er af en toe lichten onze woonkamer binnen schenen. Dan weet ik al ongeveer hoe laat het is. Wij kijken namelijk uit recht op de parking. En ja hoor, een auto die rondjes reed op de parking, om kwart voor 12 ’s nachts. Gewoon rondjes. HEEL DEN TIJD. Na 3 kwartier begonnen we dat naast vervelend ook wat verdacht te vinden en belden we de politie op. Ze zouden *misschien* wel eens langskomen, zeiden ze. Nu begrijp ik dat er ongetwijfeld grotere prioriteiten zijn, dus ik stoorde er me niet aan. Het lief, dat is een vent, die wel. Maar ik stoorde me daar dan weer aan, dus we hadden gelukkig allebei een bron van ergernis. Leute op vrijdagnacht! Plots kwam er een 2e wagen bij, werd er uitgestapt, overlegd. Wagen 1 reed wat later weg en wagen 2 nam het rondjes rijden over. Wij belden opnieuw onze vrienden, de polities op. De centrale wist ons te vertellen dat er een combi in de buurt was en dat die zeker zou komen. Bon, goed zo, dacht ik, in de hoop dat ik stilaan mijn bed zou kunnen opzoeken en dat het lief zou stoppen met zeuren. Maar dat gebeurde niet. Want onze vrienden, die kwamen niet. Nog een uur later verdween ook wagen 2 en gingen wij naar bed. Lief verschrikkelijk gefrustreerd door onze vrienden, ik door lief en zijn gezeur. Gezellig was dat jong, echt waar.

En ik zweer het u, ik heb ze de hele tijd verdedigd. Dat hij niet zo marginaal moest doen (om 1u ’s nachts word ik wat minder subtiel), met flauwe stellingen à la “’t Is weer wat laat ze, ze zullen geen goesting hebben!” of “Als ge die nodig hebt, dan ziet ge ze niet hoor!”. Want ik heb in mijn jobs redelijk wat met politiemensen te maken gehad, en heb altijd vastgesteld dat de clichés echt niet kloppen. Ik had vaak medelijden met die gasten. Een jongere die het voor de 50e keer nodig vindt om weg te lopen maar weer eens gaan zoeken, om dan nadien van het engeltje in kwestie meestal nog iets in de trant van “stomme vuile flik” toegeworpen te krijgen. ’t Is maar 1 voorbeeldje, maar geloof me, zo zijn er wel meer. En over het algemeen vind ik hun interventies best snel en efficiënt. Zo waren wij een keer ’s nachts niet thuis, en hoorde de buur (ook wel mijn broer) lawaai in de keuken. Gezien de voorgeschiedenis belde hij hen op, en ze zijn toen onmiddellijk gekomen. Dat het mijn hond was die een stoel van de tafel had gegooid, dat was achteraf bekeken misschien een beetje beschamend, maar ik vond hun goeie aanpak zeer geruststellend. Ik heb hen zelf verder nog nooit opgebeld, ben helemaal niet paniekerig aangelegd, maar het is aangenaam om te weten dat je op diensten kan rekenen als het nodig is.

Maar gisteren, jongens, vrienden, laat ons dat misschien vergeten. Geen dingen beloven die niet waar zijn, dat is niet schoon. Zeker niet ’s nachts tegen een bezorgde zagende vent en een meiske dat verveeld wacht op verlossing om naar haar bed te kunnen. En dat er deze nacht weer 1 of ander duister zaakje succesvol is verlopen, tja, dat nemen we er ook maar bij.

koken met Lieve

Wicked burgers

Moet ik nog zeggen van wie? Onzen Jamie, natuurlijk. Bij wie alles wicked, awesome en de max is. Gelukkig heeft hij meestal ook gewoon gelijk. Ere wie ere toekomt: mijn lief heeft onderstaande maaltijd integraal zelf klaargemaakt. Dat is wel heel leutig, zo’n lief dat af en toe eens begint te koken. Het enige wat ge daar moet voor over hebben, is dat ge 20 000 keer moet zeggen hoe goed hij dat wel gedaan heeft en hoe lekker het wel is. Als hij iets maakt, dan komt er een “S” in mijn boekske. Een “S” omwille van zijn naam (duh), mijn boekske dat is zo een klein agendaatje waarin ik dagelijks noteer wat de pot heeft geschaft. En man, of beter: vrouw, dat werkt gelijk een beloningssysteem bij uw kleinen! Hij gaat voor almaar meer “S-kes”, en ik kan alleen maar content zijn, toch?

Bij deze dus: fastfood, maar ietske gezonder. En ook nog wel: veeeel lekkerder.

De burger komt uit De Kookrevolutie.

Nodig:

– 12 crackers (bv. van Lu, gewoon in de supermarkt, met dank aan Saar)

– verse bladpeterselie

– 2 volle theelepels Dijon mosterd

– 500g degelijk rundsgehakt

– 1 groot ei

– peper en zout, olijfolie

– hamburgerbroodjes

– smeltkaas (wij namen extra Chester van Ziz)

– om te beleggen: augurkjes, tomaat, ajuin, sla…

Doen:

Stamp de crackers fijn in een handdoek of doe ze in de cutter, doe nadien in een kom. Hak de peterselie en doe dit erbij, alsook de mosterd en het gehakt. Breek het ei erbij en kruid met peper en zout. Meng alles goed met de handen. Verdeel het mengsel in porties (een zestal) en maak er platte (ongeveer 2 cm dik), ronde schijven van. Besprenkel de burgers met olie, leg op een bord en zet nog even in de frigo zodat ze wat steviger worden.

Verhit een grote grill- of koekenpan en zet nadien het vuur wat lager. Leg de burgers in de pan en druk ze wat aan met een spatel. Bak ze enkele minuten aan elke kant, afhankelijk van hoe gaar je ze wil hebben. (Controleer eens door er een sneetje in te maken).

Snij de hamburgerbroodjes in 2 en grill elke kant even kort op de pan. Beleg nadien met het vlees, daarop een plakje kaas, dan de groentjes en eventueel saus naar keuze.

De patatjes komen uit Jamie’s Dinners. Ik heb ze natuurlijk zelf niet gemaakt, maar volgens mij is het wel bloody hell veel werk. Maar, het moet gezegd, ze waren vreselijk lekker. Meestal gooi ik mijn patatten gewoon rechtstreeks in stukjes in de oven om ze te grillen en dat werkt ook, maar deze zijn echt beter. Dus als je er wat tijd en werk voor overhebt: doen.

Nodig:

– enkele grote aardappelen, ongeschild, in reepjes van 1 cm dik gesneden

– olijfolie

– 1 bol knoflook (wij hielden het iets meer bescheiden: 3 teentjes)

– zwarte peper, zeezout (of fleur de sel, mmmm)

– 3 takjes verse rozemarijn

– geraspte schil van 1 citroen (daar heeft Jamie iets mee)

Doen:

Verwarm de oven op 230 graden. Kook de aardappelreepjes (met schil dus) ongeveer 10 minuten in gezouten water. Laat ze in een vergiet uitlekken. Verhit wat olijfolie in een koekenpan, sla de knoflook plat en doe de teentjes samen met de patatjes in de pan. Hussel alles in de olie door mekaar en strooi er wat peper uit de molen over. Schep de inhoud van de pan nu op een voorverwarmde bakplaat en laat nog een 25-tal minuten goudbruin bakken.

Pluk de naaldjes rozemarijn af en doe ze samen met de citroenschil en het zout in een vijzel. Stamp dit alles tot een groene pasta (voeg wat meer zout toe indien te nat), wrijf het mengsel door een zeef en strooi over de “frietjes” als ze klaar zijn.

overpeinzingen

De gustibus et coloribus

…non est disputandum. Over smaken en kleuren valt niet te twisten, ge kent het wel. Maar met die smaken en vooral die kleuren, blijkbaar is daar nog meer mee aan de hand.

Onlangs liep ik met mijn moeder in een klerenwinkel. ’t Was helaas niet direct de hipste winkel in the area, maar de Promo 800. De winkel waar het duurste stuk vroeger maximum 800 frank kostte. De gedachte achter de naam is nu wat verloren gegaan. Aangezien ik in de Promo 800 nu niet onmiddellijk dartelend van enthousiasme van het ene naar het andere kledingstuk huppel, struinde ik wat langs de rekken. Af en toe raakt ge dan zo eens iets aan, bekijkt ge eens iets, niet dat ge het zou kopen, maar enfin u kent dat wel. Lichte omgevingsdruk om daar mee binnen te gaan enzo. Al moet ik bekennen dat ik er toch eenmalig eens een zeer wijs jasje heb gescoord, mede vandaar dat ik niet al te erg protesteer als mijn moeder er nog even wil binnenspringen. Maar bon, ik was dus wat willekeurige kledingstukken aan het aanraken, toen er bij mijn moeder een vreemdsoortige glimlach rond de lippen verscheen. “Nog schoon hé?”, zei ze, verwijzend naar een truitje dat ik vast had. “Euh, niet mis, ik vind dat wel een schoon kleur”, zei ik nog, waarop haar glimlach hardnekkiger en vooral geheimzinniger werd. “Jaja”, sprak mijn moeder de volgende wijs klinkende woorden. “Ge zijt van kleuren aan ’t veranderen hé…” Daarna zweeg ze, bleef ik wat beduusd staan, en gingen we naar huis.

Nu vraag ik u: wat betekent dat, beste lezers? Ze sprak het uit met een toon alsof er een nieuwe fase in mijn leven was aangebroken. Is er 1 of ander duister geheim waarvan ik niet op de hoogte ben? Iets wat enkel echte volwassenen weten? Een jaar in uw leven waarin ge “van kleuren verandert”? En vooral: welke gevolgen heeft dat? Moet ik mij zorgen maken?

Maar dat ze gelijk heeft, dat moet ik beamen. Zelfs het lief wierp vorige week een blik in een etalage en wees de schoenen aan die ik mooi zou vinden, puur op kleur. En hij had gelijk. Straf!

Voor de nieuwsgierigen enkele voorbeelden van mijn nieuwe kleuren en bijhorende aanwinsten: donkerpaars, koningsblauw, donkerblauw, lichtgrijs, cowboybotbruin, een schoon soort rood en vooral appelblauwzeegroen.

Analyses van mijn karakter en/of voorspellingen van mijn toekomst op basis van deze informatie zijn welkom.

koken met Lieve

Gebakken vis met kokos en basilicum

Dit gerechtje is de eenvoud zelve. Geen werk, ge moet er niet teveel voor in huis halen (of ge hebt misschien de helft al in huis) en het is eens een aparte manier om vis te bereiden. En ik vind het persoonlijk ontzettend lekker, dat ook. Het recept is afkomstig uit zo ’n klein boekje met de originele titel: “Wok”. ’t Is wel een goed boekske moet ik toegeven.

Ik had geen verse basilicum in huis, in de zomer staat dat op mijn terrasje maar nu valt daar geen levende plant meer te bespeuren. Al de rest was wel voorradig en de vis zat in de diepvries, dus ik had geen zin om mijn leven te riskeren op de baan enkel voor een bosje basilicum. Ik heb dan maar een versnipperde diepvriesversie genomen (ja, dat bestaat). Niet slecht, maar absoluut niet hetzelfde als verse blaadjes natuurlijk.

Nodig (voor 2 à 3 porties):

– 2 el (eetlepels) plantaardige olie

– 450g kabeljauwfilet

– een flink handje bloem, gekruid met peper en zout

– 1 teentje look, geperst

– 2 el thaïse rodecurrypasta (bewaar in de frigo: handig om in huis te hebben)

– 1 el vissaus

– 3 dl kokosmelk (een brikje van 2.5 dl is natuurlijk ook ok)

– 175 g kerstomaatjes (of de inhoud van een bakje), gehalveerd

– verse basilicumblaadjes

To do:

Doe de kokosmelk in een kommetje en voeg toe: de geperste look, de currypasta en de vissaus. Roer goed. Wat de currypasta betreft: hoe meer je gebruikt, des te pikanter het wordt. Naar believen dus.

Snij de visfilet met een goed mes in redelijk grote blokken. Leg ze op wat keukenpapier zodat ze goed kunnen drogen. Doe de gekruide bloem in een kom of op een bord, gooi de visblokjes hierin en zorg dat ze helemaal met bloem bedekt geraken.

Doe de olie in een hete wok en voeg de visblokjes toe. Roerbak ze enkele minuten op een hoog vuur zodat ze een bruin kleurtje krijgen. Ikzelf laat ze eigenlijk gewoon op het gemak aan 1 kant kleuren en draai ze dan om. Hoe meer ge roert, hoe meer ge ze kapot maakt.

Giet het mengsel met de kokosmelk nu over de vis en breng het geheel aan de kook. Laat doorwarmen en de saus indikken (hoe vlot dit gaat, hangt af van het merk kokosmelk vind ik).

Voeg ook de halve tomaatjes toe. Let op, nu mag het niet meer te hard of te lang koken, anders koken deze kapot (en dat gebeurt snel). Gewoon nog heel even mee laten warm worden.

Scheur de basilicumblaadjes in stukjes en voeg toe. Roer niet te enthousiast meer in het gerecht of de vis valt uit mekaar (en dat mag wel een beetje, maar liefst niet helemaal).

Serveer met rijst, smakelijk!

overpeinzingen, zever, gezever

Ontboezemingen

Elk mens heeft wel iets waarover hij of zij zich schaamt, daarover zal u het met mij eens zijn. Ach, volgens mij hebben we elk eerder zelfs een waslijst van dingen waarvan we verkiezen dat ze het daglicht niet te zien krijgen. Ik ga er eentje met u delen. In de hoop dat u er ook eentje met mij deelt, welteverstaan.

Mijn moeder, die al enig ziektegedoe heeft doorstaan, heeft een tijdje regelmatig verplichte zetelrust moeten nemen. En ook nu doet haar dat nog deugd, want dat ziektegedoe blijkt helaas hardnekkiger dan gedacht. Zo kwam het dat ze ’s middags na het eten wat rustig in de zetel aan het zappen sloeg. En op Vitaya belandde. Vitaya, de zender der huisvrouwen met een overvloed aan kookprogramma’s, vrouwenseries en herhalingen van alles op alle mogelijke uren. Echt my kind of thing, maar daar kom ik nog toe.

Op Vitaya raakte ze verslingerd aan een Duitse soap. Ja, een Duitse soap. U mag inmiddels al even kuchen. De soap in kwestie heette bovendien “Sturm der Liebe”, Storm of Love. Verslik u niet in uw hoest ondertussen. Mijn moeder vond het geweldig. Ik kreeg regelmatig een heel verslag over wat er gebeurd was, ook al kende ik het niet en zei me dat dus ongeveer zoveel als een verslag over de dagbesteding van koningin Fabiola. Maar geen erg, ik kan goed luisteren. Het was op de duur zelfs zo erg dat, wanneer ze bijvoorbeeld op een familiefeestje was, ze snel even naar huis liep om de recorder in te stellen. Om het zeker en vooral niet te missen. “Daar is ze nu zot van ze”, zei mijn vader dan. En ik gniffelde eens.

Tot er die tijd was dat ik me niet zo goed voelde, en ook overdag doorheen TV-zenders zapte. Ik hoorde plots wat Duits gebrabbel en dacht: “ha, is dat dat Sturm-gedoe? Even checken.” Lieve lezers, het spijt mij u te moeten melden dat het niet meer is over gegaan. Het was onnozel, ongeloofwaardig, bij momenten compleet bij het haar getrokken en soms heel erg slecht geacteerd. En ik bleef kijken. Net als mijn moeder. En haar vriendin Magda. En geloof me, ons Magda is de max, maar een icoon van goede smaak, dat weet ik nog zo niet. Klein detail is ook dat mijn moeder en Magda meer dan 60 jaar zijn en deze zomer samen in pensioen zijn gegaan, en dus gerust van die namiddag-tv mogen proeven. Ik ben 27 en redelijk hip dacht ik, tot de dag dat ik naar Sturm der Liebe begon te kijken. Hip moogt ge uzelf dan echt niet meer noemen volgens mij.

Eerst ging het over Laura en Alexander, ware geliefden sinds zij letterlijk in zijn armen was gevallen. Maar ja, toen bleek dat ze broer en zus waren mochten ze vaneigens geen geliefden meer zijn, aja, dus kregen ze elk een ander lief. Die van Alexander deed alsof ze blind was omdat hij met haar zou trouwen, maar vertrok dan na het huwelijk met een ander. Laura werd zwanger van haar lief, maar die bleek onvruchtbaar, dus was het van Alexander want daar had ze nog even mee geslapen, en toen werd ze ontvoerd en opgesloten door Helen die psychotisch geworden was en dacht dat het kind in de buik van haarzelve was. Inmiddels was gebleken dat Laura en Alexander géén broer en zus waren, want hun ouders waren natuurlijk ook geen heilige bonen, dus hij kon zijn zwangere deerne nog net redden uit de brand die was uitgebroken daar waar ze opgesloten zat. Kort samenvattingske. Nu gaat het over Alexander zijn broer Robert (op z’n Duits: Roooobert) en Myriam, die niet kon lopen en in een rolstoel zat, maar dat had psychische redenen, die ze overwon, dus nu kan ze lopen. Ook zij zijn ware geliefden (dat had u niet zien komen) maar Myriam is nu wel getrouwd met Felix want boze stiefmoeder Barbara – die ene Lars gedood heeft met een vergiftige praline – steekt stokken voor die ware liefde. Kijk de arme drommel doodgaan door zijn praline.

Barbara wil ook Werner weer voor zich winnen, de pa van Roooobert, die eigenlijk getrouwd was met Charlotte, maar die is neergestort met een vliegtuig in Afrika. Maar Roooobert is eens naar Afrika gevlogen en heeft zijn ma terug gevonden in een stam vol negertjes, waardoor zij haar geheugen terugkreeg en weer meeging naar Duitsland, waar ze binnenvielen in de kerk net voor Barbara met Werner ging trouwen. Het zal u dan ook niet verbazen dat de praline waarvan eerder sprake eigenlijk niet voor Lars, maar wel voor Charlotte was bedoeld.

Volgt u nog? Het lijkt ongetwijfeld alsof ik hier een karikatuur heb weergegeven, maar niets is minder waar. Dat Fürstenhof, het hotel waar het zich allemaal afspeelt, dat is echt dikke fun en the place to be! Zucht.

Please tell me, dat u flauwe stationsromannetjes leest. Of de muziek van Regi heimelijk echt de mooiste ter wereld vindt. Of als gedroomde one-night-stand in de richting van Jo Vally denkt. Of dat u zich het allerliefste dagelijks zou hullen in een foute legging, een Zino & Judyvest en Buffaloschoenen. I beg you.