Monthly Archives

april 2010

zever, gezever

I stand corrected.

Kijk, ik ben iets vergeten in het vorige lijstje. Mijn hondje heeft mij daar vandaag in geuren en kleuren aan herinnerd. Letterlijk. Aja, want dat kan niet zijn natuurlijk. Zomaar iets vergeten. Tsk.

Het zit namelijk zo. Als het een klein beetje warm wordt, dan geraakt de cocker spaniël oververhit. Wanneer er dan een plas in de buurt ligt, en dat gebeurt op den buiten nogal vaak, dan volgen er vreselijke taferelen. Eens gaan drinken? Dat is voor mietjes. Ze loopt niet enkel doorheen de plas, maar gaat er vervolgens ook in liggen. En dan… kruipen. Op de buik. En dan eens draaien, om weer wat te kruipen. Terwijl ik meestal met mijn handen voor mijn mond ademloos sta toe te kijken. De “Belle neeeen!” stilletjes gestorven in mijn keelgat. Want eens ze de plas heeft bereikt, is het te laat. En wie vindt dat ik zo niet moet trunten: pakt gij dat gerust eens mee in uw autootje.

Oh, nog leuker dan een plas water, is natuurlijk een plas slijk. Dat spreekt. En zo beleefden wij deze namiddag weer dolle avonturen, die een einde kenden dankzij een tuinslang, veel gesproei en enkele vuile handdoeken. En een vuile Opel Corsa, dat ook.

overpeinzingen, zever, gezever

De grappigste

‘Eigen kind, schoon kind’, dat kent ge allemaal. En wij binnenkort ongetwijfeld ook. (Oh ja, about that. Ik heb mij eigenlijk altijd al afgevraagd of ouders van lelijke kindertjes dat dan ook de schoonste kindertjes ter wereld vinden. Ik denk eigenlijk van wel. En daarom: stel dat u Hummel niet onmiddellijk de meest esthetisch geslaagde baby ooit vindt, willen we dan weer afspreken dat ge gewoon zegt van wel? Waarvoor opnieuw onze dank.)

‘Eigen hond, grappige hond’, dat kende u ongetwijfeld nog niet. Bij deze roepen wij dat in het leven. Want het exemplaar dat hier ten huize rond huppelt, is de titel meer dan waardig. Waarom dan wel, vraagt u zich af? Ik geef u een opsomming van enkele van haar wapenfeiten.

Mijn hond, die laat windjes. En ik verbloem dit ernstig, want er is eigenlijk niets schattigs aan. Ze laat grote, weliswaar stille maar zéér welriekende winden. Het grootste gevaar is daar wanneer ze er uit ziet alsof ze onschuldig ligt te slapen. Dan produceert ze de grootste gaswolken die hele luchtruimen van brullende vliegtuigmotoren zouden kunnen bevrijden (in your face, volcano!). Het ergste echter is de geur. Ze slaagt er in met 1 ontsnappend wolkje een hele woonkamer aan volwassen mensen in allerijl naar de keuken te doen vluchten, om daar welriekender oorden op te zoeken. Soit, ge kunt er eigenlijk amper mee buitenkomen.

Ook vooraan echter ontsnapt er regelmatig wel eens wat. We moeten ze nog net niet over onze schouder gooien na het eten, het boertje komt er spontaan ook wel. Ook daar komt weer verbloeming aan te pas, want de boertjes in kwestie doen mij meestal verbleken van schaamte over het geluid daarbij geproduceerd door een dergelijk klein schattig hondje. Maar hilarisch, dat is het wel.

Occasioneel loopt ze eens tegen een muur of deur, gewoon omdat ze achter een balletje aan rent en dan geen oog meer heeft voor de verdere omgeving. Voor ze eten krijgt draait ze eerst een tiental rondjes om haar as, om 1 of andere bizarre reden, wij hebben het haar alvast nooit aangeleerd. Als ze een plasje gedaan heeft dan voelt ze blijkbaar de nood om de hele wijde omgeving te verbouwen en doet ze dat dan ook door met haar achterpoten wild om zich heen te schoppen. Als ik kook en er valt een stukje eetbaar materiaal, dan doe ik nooit meer de moeite me te bukken. Het is immers steeds binnen enkele luttele seconden verdwenen in het toevallig perfect gesitueerde keelgat van de hond in kwestie. Ze loopt altijd scheef: laat haar starten in de linkerhoek van een kamer, en ze eindigt in de rechterhoek aan de overkant. Beats us why: het zal wel 1 of ander productiefoutje zijn. Als ze buiten heeft gelopen, dan hangen er minstens enkele bladeren aan oor en/of buik en ziet ze er uit als een half knutselwerkje dat wij weer vakkundig mogen plukken. Haar oren trouwens bevinden zich steeds daar waar ze zich beter niet zouden bevinden, bijvoorbeeld dobberend in haar bakje drinken terwijl ze aan het eten is. Haar hobby’s zijn het eten van de poes opschransen (terwijl wij voor de triljoenste keer er achteraan lopen en “Neen, foei, mag niet!” brullen), overal ten huize kousen verzamelen die rondslingeren, stenen eten en een miljoen keer achter balletjes of stokken hollen.

Wat dat laatste betreft: dit gaat als volgt. Men neme een stok en toont die aan de overenthousiaste cocker spaniel. De overenthousiaste cocker spaniel schiet daarbij als een pijl uit een boog vooruit in een willekeurig gekozen richting, rent een hondertal meters en hoopt dat de stok ook daadwerkelijk die richting is uitgevlogen en dus ergens in haar buurt zal belanden. Is dit niet zo, dan rent de cocker spaniel gewoon terug en wordt het ritueel herhaald. Dat het beter zou zijn om eerst even te kijken waar de stok precies heen gaat, heeft ze na 4 jaar nog steeds niet begrepen. Maar leute dat dat is, ge hebt er geen gedacht van. Lag het aan de hond, wij woonden inmiddels al lang in een zelfgefabriceerd hutje in het bos om al onze tijd aan deze boeiende activiteit te kunnen besteden.

Maar aan alle mooie liedjes komt een einde, zo ook aan het stokkenfestijn. Afscheid nemen van de inmiddels teergeliefde stok valt zwaar, dus meestal wordt die gewoon voor de verdere wandeling meegezeuld. Door de hond, die er moet van hijgen alsof het stokje de afmeting en het gewicht van een half Vrijheidsbeeld heeft. Geen mens die ons passeert slaagt er in om niet in de lach te schieten of geen flauwe opmerking te maken over bij voorkeur hondenslavernij. We antwoorden meestal iets in de trant van: “Ja, ze sprokkelt voor de komende winter!” en lopen met wat schaamrood op de wangen snel verder. Weet ge wat, ik laat u even meegenieten.

Trouwens, de stok wordt keer op keer plots heel nonchalant gedropt in de bocht voor we de auto bereiken waarmee we weer naar huis rijden. De eerste keer dacht ik: ‘Goh, het moet nogal een keer een bijzondere stok zijn!’ en nam hem zelf nog mee naar huis. Ik dacht dat na die kilometer zeulen, de laatste metertjes er voor het arme beest teveel aan waren geweest. The dog couldn’t care less though. Ze bekeek mij met een blik van ‘Wat is dat met u en uw stok, rare?’ en liep ongeïnteresseerd verder. De hondenfluisteraar die deze ongetwijfeld goed doordachte hondenlogica snapt, mag het mij altijd eens verklaren.

Hummeltje

Den helft

Ofte 20 weken. Zei ik al eens dat het vooruit gaat?

Vaststellingen:

1. Ik moet nog altijd dringend naar de kapper. Tja, ‘dringend’ heeft hier ten huize duidelijk soms een andere invulling dan doorgaans. Maar eigenlijk weet ik gewoon niet meer naar welke kapper ik moet gaan. Ik probeerde er velen, maar vind de ware niet. Pfft.

2. Buikvorming is aanwezig.

3. Gewicht is niet meer stabiel, maar we gaan daar niet over zagen. Ik heb er immers om gevraagd.

4. Beweging in de buik is er, maar nog niet veel meer of intenser dan 3 weken geleden. Maar we maken ons daar geen zorgen om, want het is er. Alles op zijn tijd.

5. De structurele 20-weken-echo volgt pas op 22 weken. Aangezien de gynaecoloog het duidelijk niet nodig vond om dat echt spoedig ende zeker op tijd te doen, probeer ik me daar ook geen zorgen over te maken.

6. Kijk, ik heb de spiegel afgekuist!

koken met Lieve

Stoverij met verse frietjes

Ik heb het in mijn ‘about’ over stoverij, dus eigenlijk moet dat recept hier toch ook terecht komen niet waar. Iedereen zal wel een manier hebben om stoofvlees klaar te maken, dit is de onze. Of beter, die van Piet Huysentruyt gekruist met die van Jeroen Meus, waar we aan gesleuteld hebben. En we blijven perfectioneren. Piet maakt stoverij met varkensvlees, maar dat vond ik maar niets. Ik deed dat de eerste keer ook en vroeg mij af hoe mijn moeder er in godsnaam in slaagde om dat vlees zo lekker draderig te maken. Bleek het natuurlijk gewoon om rundsvlees te gaan, bij ons thuis. Ik had nog lang mogen proberen met de blokjes varkensvlees. Verder vinden wij dat stoverij behoort te worden verorberd met verse frietjes erbij, niets is zo lekker. Thuis ben ik wat meer ‘à la light’ opgevoed en werden er gewoon gekookte patatjes bij geserveerd.

Nodig voor 3 – 4 personen:

– 1 kilo rundsstoofvlees van goede kwaliteit

– 2 uien

– 2 flesjes donkere bier

– rundsbouillon

– water

– echte boter, bloem

– tijm en laurier

– een sneetje wit brood of peperkoek

– mosterd

– een goeie kwaliteitspot (ideaal maar vreselijk duur = Creuset)

– veel tijd

Doen:

Smelt de boter in de pot op hoog vuur en laat lichtbruin kleuren. Stoof hierin de uien die in halve ringen zijn versneden.

Smelt boter in een pan en laat hierin de stukjes vlees korsten. Kruid ze met peper en zout. Doe dit desnoods in 2 sessies, de pan mag vol maar niet overvol liggen. Niet in roeren of prikken, gewoon rustig een kleurtje laten krijgen. Draai ze om en laat ook de andere kant bruinen. Voeg het vlees toe aan de pot met uien. Giet het bier in de pan waarin het vlees werd gebakken en laat het rustig opwarmen. Roer de aanbaksels erin los.

Haal de pot van het vuur en strooi 3 lepels bloem over het vlees. Roer om zodat de bloem mooi verdeeld wordt. Zet de pot terug op het vuur. Blus met het warme bier en voeg indien nodig water toe tot het vlees onder staat. Laat het geheel opwarmen en voeg eventueel wat rundsbouillon toe.

Gooi 2 laurierblaadjes en wat takjes tijm (mogen ook de gedroogde versies zijn) in de pot. Besmeer de peperkoek met mosterd en voeg ook toe.

Het werk zit er op: zet het vuur op een laag pitje en laat een uur of 3 sudderen.

Je hebt nu veel tijd om frietjes te snijden. Kies een goede frietaardappel, schil ze, snij in frietjes. Spoel deze heel goed met water en droog ze goed in een verse handdoek. Bak ze een eerste keer op 160 graden, een tweede keer op 180 graden.

Smakelijk!

zever, gezever

Van waar komen kindjes?

Zo vroeg een brave ziel aan Google om daarop hier terecht te komen.

Euhm, ja jonk. Er zit iets in mijn buik te kriebelen dat bewijst dat ik dat weet, dat is waar. Maar ik denk dat u voor de technicaliteiten toch best een andere bron raadpleegt. De bibliotheek. Of een educatief programma op de beeldbuis. Ik kan dat allemaal zo goed niet uitleggen. En ik hoop van harte dat u het stukje over de mevrouwmeneren niet gaat gebruiken als verklarend of didactisch materiaal, want dat komt niet goed, dan.

Keep it simple: met konijntjes, of bijtjes en bloemetjes. Al heb ik dat laatste nooit echt goed begrepen, of toch niet waarom het werd aangehaald als het mensenbabietjes betrof, want man: wat een pluizig en snoezig boerenbedrog was me dat! Niets pluizigs en snoezigs aan, vond ik. Maar goed, dan hebben we het weer over mij. En ik kan dat allemaal zo goed niet uitleggen.

Oh ja, mijn vriendinnetje K en haar vriend J, die weten het ook. Zo kwam gisteren kleine Leon ter wereld. Waarvoor een heel erg hartelijke proficiat!

koken met Lieve

Rigatoni met zoete tomaten, aubergine en mozzarella

Nog eens een Jamie’ken. Een heel erg lekker gerechtje en niet moeilijk om te maken (tiens, zou dat mijn stijl zijn? Kuch). Met ingrediënten die makkelijk te vinden zijn. De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik een grote zonde heb begaan en er deze keer een half kilootje gemengd gehakt heb bij gebakken en onder gemengd. Eigenlijk is het een perfect vegetarisch gerecht, dus dat hoeft absoluut niet. Maar het lief houdt nogal van vlees en ik voel mij de laatste weken bijzonder hongerig, dus ik wilde het ook wat meer “vullend” dit keer. Ja, ik weet het: schaam op mij. Neem daar geen voorbeeld aan. Ik geef het recept mee zonder vlees, dus.

Nodig voor 4 personen:

– 1 stevige rijpe aubergine

– 2 teentjes look, gepeld en versneden/geperst

– extra vierge olijfolie

– 1 ui, gepeld en fijngehakt

– 2 blikken gepelde tomaten van goeie kwaliteit

– 1 eetlepel balsamicoazijn

– zeezout en zwarte peper

– desgewenst 1 of 2 verse of gedroogde chilipepers, gehakt of verkruimeld (ik zei het al eens: Jamie heeft een chilipeper-fetisj)

– bosje verse basilicum, de blaadjes apart en de steeltjes in stukjes versneden

– 4 eetlepels room

– 450g rigatoni (ik vind dat nergens) of penne (dat wel)

– 200 g mozzarella van koemelk

– 1 stuk Parmezaanse kaas om te raspen

Doen:

Snij de uiteinden van de aubergine af, snij hem in plakken van 1cm dik, snij de plakken in repen van 1cm breed en snij deze repen weer in blokjes. Zet een grote pan op het vuur en giet er enkele lepels olijfolie in. Zodra de olie heet is, kunnen de aubergineblokjes erbij. Roer ze meteen goed door elkaar zodat ze rondom een laagje olie krijgen en zich niet aan 1 kant volzuigen. Bak ze 7 à 8 minuten op matig vuur en doe er dan de look en de ui bij. Wanneer die een kleurtje hebben, kunnen de bliktomaten en de balsamico erbij. Roer er wat zout en peper door, maar niet teveel. Op dit moment kan je, indien gewenst, wat chilipeper toevoegen. Voeg de basilicumsteeltjes toe en laat de saus een kwartiertje pruttelen (mag ook langer, vind ik). Roer er dan de room door.

Kook de pasta beetgaar en laat uitlekken. Bewaar een beetje van het kookvocht en voeg dit toe aan de saus. Maak de pasta terug aan in de kom op warm vuur met nog wat kookvocht en olijfolie. Dan mag de saus aan de pasta worden toegevoegd. Breng met niet teveel zout en peper op smaak.

Voor het serveren scheur je de blaadjes basilicum en mozzarella in stukjes. Voeg toe en schep die ongeveer 30 seconden grondig door de pasta. Schep daarna snel op het bord. Tegen dat je begint te eten, smelt de mozzarella licht en wordt die lekker draderig en heerlijk melkachtig van smaak. Rasp wat Parmezaanse kaas voor er bovenop.

Je kan het geheel ook gewoon op voorhand maken, in een ovenschotel doen met wat geraspte kaas er bovenop en later in de oven zetten.

zever, gezever

Polka Dot

En wat bracht de lieve UPS-meneer deze morgen aan de voordeur?

Jeej! Want die Aalsterse winkel, dat werd een fiasco. Het ging als volgt.

Zij: Hallo!! Kan ik u helpen?

Ik: Ik zou graag die Birkenstocks passen met de bolletjes. Die in de etalage staan. De rode graag. Maatje 36.

Zij: Ja hoor! Ik ga ze meteen halen hoor!

Ik: …

Zij komt terug: Oei, we hebben ze precies niet meer. Maar wel deze andere!

Ik: Maar dat zijn er met strepen. En allerlei kleuren. Ik had graag gewoon die met bolletjes eigenlijk. De zwarte dan?

Zij: Die hebben we ook niet meer! Ja hihi, we hebben er weinig besteld! En het personeel heeft ze dan allemaal gekocht, hihi!

Ik: *mompel tegen lief: waarom staan ze dan in de etalage?* Luider: Kan je er dan nog bestellen voor mij?

Zij: Neen! Sorry, hihi!

Grom. Leve het internet hoor. Zelfde prijs, overvloedige keuze en ze brengen dat aan uw eigen voordeur. En ge moet er niet voor naar Aalst, want ik ben zo geen fan van Aalst (sorry). Waarom ik er dan ga: omdat er megaveel schoenenwinkels zijn, aja.

Mijn voeten vind ik trouwens wél een van mijn beste lichaamszones. Persoonlijk. Hummeltje mag die erven. Lief vindt dan weer dat ik een belachelijk klein klein teentje heb. En moet altijd lachen als hij er naar kijkt. Puh.

En eigenlijk spijtig dat mensen niet rechtstreeks naar uw voeten kijken in plaats van naar uw hoofd, want ik ben voor de rest sedert gisteren gezegend met een veel te grote lelijke koortsblaas onder mijn lip. Heb ik dat quasi nooit, nu wel natuurlijk. En Zovirax, het wondermiddel, dat blijkt niet te mogen tijdens de zwangerschap, zo vertelde me dokter Google. Chance dat ik het niet in huis had, want ik had het er zonder nadenken opgesmeerd. Wie zou dat nu denken, dat een uitwendig zalfje niet mag. Leve het internet, alweer. Tips om er op een veilige manier iets aan te doen zijn trouwens welkom, want ik zie er echt niet uit. En het is schoon weer, dus ik was nog graag eens buitengekomen dit weekend. En het piekt en brandt en gloeit, dat ook.

Hummeltje

18 weken

Buikfoto’s, toch maar eens aan beginnen hé. Want dat begint precies een beetje vooruit te gaan ineens. Klik voor groter.

Op foto 1 probeer ik mijn hoofd weg te stoppen omdat ik dringend naar de kapper moet, maar het is vaneigens net mijn haar dat ge ziet (note to self: duh). Op foto 2 heb ik daarom maar wat normaler gedaan. En ik heb voor jullie mijn gileeke omhoog getrokken, want anders zou het niet veel soeps zijn.

En ja, ik moet de spiegel dringend eens afwassen (die heeft precies last van een zwangerschapslijn, haha!).

En ja, ik moet een positiebroek aan doen want mijn Seven for all mankind spant. (En moest ik dat nu eens geen ‘positie’broek meer noemen, mijn goesting zou waarschijnlijk al wat toenemen).

En nee, ik ben niet rijk, die Seven for all mankind komt van Ebay. Maar ze is wel echt. Peis ik.

koken met Lieve

Garnalen met pittige tomaten

Weer uit dit boekje. Een receptje dat ik meestal bovenhaal als a) we moeilijk weer frieten kunnen halen omdat we dat net gedaan hebben en b) ik nog geen zin heb om boodschappen te gaan doen. Dit omdat ik meestal alles hiervoor in huis heb en altijd wel een zakje scampi’s in de diepvriezer heb zitten. De zongedroogde tomatenpuree, dat is het minst evident te vinden, ik heb eens een tube op de kop kunnen tikken gewoon in de plaatselijke GB. Maar echt onontbeerlijk is het niet, met gewone tomatenpuree lukt het even goed.

Nodig:

– 2 el olie

– 1 ui, fijn gesnipperd

– 2 teentjes look, geperst

– 1 tl komijnzaad (gewoon bij de kruiden in de supermarkt)

– 1 el rietsuiker

– 400g tomatenblokjes uit blik

– 1 el zongedroogde tomatenpuree

– 1 el gehakte verse basilicum

– 450g gepelde reuzengarnalen

– peper en zout

Doen:

Verhit de olie in een voorverwarmde wok en roerbak ui en knoflook tot ze zacht zijn. Roer er het komijnzaad door en roerbak nog een minuutje.

Voeg suiker, tomatenblokjes en tomatenpuree toe en breng het mengsel aan de kook. Zet het vuur laag en laat de saus 10 minuutjes pruttelen.

Voeg dan basilicum, garnalen, peper en zout toe en laat het geheel op een iets hoger vuur in enkele minuten gaar koken.

Eet met rijst, pasta, brood, een extra slaatje…

Hummeltje

Zeg.

Als ge zo, wegens kortstondige misselijkheid, even in de zetel gaat liggen. Omdat ge een kwartiertje later moet vertrekken naar de eerste barbeque van het jaar. En ge legt uw benen redelijk naar omhoog op een poef, terwijl ge zelf wat achteruit zakt. En ge kijkt op het gemak naar Trinny en Susannah.

En dan voelt ge plots een trekkingske rechts ergens tussen uw lies en navel. Of een trillingske. Of zoiets. En dan nog eentje. En nog een paar. En dat voelt gelijk niets dat ge eerder hebt gevoeld. Geen darmen, geen maag. Eerder redelijk dicht tegen de oppervlakte van uw huid. En het is eigenlijk bijna gelijk een klein stampke. En als dat stopt, en ge duwt zelf verbijsterd maar nieuwsgierig even terug op die plaats, dan herhalen zich die bewegingskes.

Is dat dan uw kindje?

Ik denk voor het eerst gelijk echt van wel, en ik vond het slightly creepy maar vooral geweldig cool!

17weken 4dagen