Monthly Archives

juli 2010

Hummeltje, zever, gezever

Bad Mood

Net zoals het een paar (belachelijk weinige) dagen behoorlijk warm moet zijn eer we van een hittegolf spreken, kan ik nu wel besluiten dat er hier een Slecht Humeur heerst. Niet zo eentje van 1 dag, maar een hardnekkiger. Bij mij dus, welteverstaan.

Sigh.

En redenen dat ik heb, mensen. Redenen! Grondige, diepzinnige redenen! Zo vind ik dat mijn haar ontzettend slecht geknipt is, bijvoorbeeld. Maar dan ook écht slecht. Hoe durven ze. En gaat mijn kat continu op plaatsen liggen waar ze dat niet mag. Het loeder. Zo ben ik vreselijk moe, ook al slaap ik genoeg. Vind ik het gezoem van vliegen onuitstaanbaar. Ben ik dit jaar niet op de Gentse Feesten geraakt, tot mijn – wait for it – grote ergernis. Er is nooit iets deftigs meer te zien op TV en mensen zeuren teveel aan mijn hoofd. Alle chauffeurs behalve ikzelf kunnen niet rijden, dat ook. En die vorige zin klopt gelijk niet, zucht. Bejaarden op de plaatselijke markt of in de supermarkt zijn werkelijk onbeschofter dan ooit tevoren. Als ik wat was durf buiten hangen, dan begint het zeker en vast te regenen. Als ik een vers T-shirt aan heb, dan zitten er een half uur later vlekken op, door die dikke buik. Smeer ik al 3 maanden dagelijks die dikke buik in trouwens, staan er natuurlijk knallers van striemen ergens anders. Jeej! Zegt de ene vandaag dat ik toch maar een kleine buik heb, wordt mij morgen gevraagd of ik misschien een tweeling verwacht. Er wordt voor het eerst in mijn leven zonder enige schroom naar mijn gewicht gevraagd. En gisterenavond was mijn chocolade op. Zomaar, op!

U ziet: stuk voor stuk grondige, diepzinnige redenen. Die mij nopen tot een duizelingwekkend hoge frequentie aan oogrollen en een niet aflatende goesting om iedereen een scheldwoord toe te werpen. Ik denk dat ik deze laatste weken best op een onbewoond eiland zou doorbrengen. Hoewel, als de bevalling dan in gang schiet, dan is er natuurlijk weer niemand in de buurt. Vaneigens. Typisch! Grmbl.

de hulplijn, Hummeltje, overpeinzingen

Overtuig mij eens, peoples.

Soms lees ik her en der dat jonge moedertjes erg schrikken over de impact van de eerste weken/maanden kraamtijd. Van de intensiteit, de moeite die het kost, de vermoeidheid, het gebrek aan de beruchte roze wolken. Ik las zelfs al op fora: “Waarom heeft niemand mij gewaarschuwd?”. En ik vroeg me af of deze dames op dezelfde aardbol rondlopen als ik.

Ik, ik heb namelijk een beetje last van het tegenovergestelde. Ik hoor ontzettend veel verhalen over hoe zwaar, moeilijk en uitputtend het is. Wat een verschrikking zo’n klein baby’tje kan zijn. Reflux, allergieën, huilbaby’s, vreselijke nachten, wanhoop, structuurloze dagen, isolement… Ik ‘weet’ er onderhand zo wat alles van. Of beter: ik heb er over gehoord, want weten zal ik het pas wanneer Hummeltje effectief ter wereld komt. Het lijkt mij inmiddels een ‘erop of eronder’-operatie. Een meevaller of een tegenvaller. Een tevreden kindje of een kindje dat ergens door geplaagd wordt met alle gevolgen van dien.

Ik ben een gewaarschuwde vrouw, dat staat buiten kijf. Maar ik ben ook een stilaan hoogzwangere vrouw, die door allerlei berichten meer angst ontwikkelt voor wat komen zal dan verlangen naar. De bevalling boezemt mij angst in, maar dat lijkt me behoorlijk normaal. Weinig mensen houden van pijn en ik kan niet zeggen dat ik uitkijk naar een pijn die ik nooit eerder gevoeld zal hebben. Bovendien vertelde een ervaren vroedvrouw me deze week dat kindjes die rechts zitten met het rugje – zoals Hummel – meestal zorgen voor een zware arbeid en moeilijke bevalling. Ze relativeerde het nadien en Hummel kan ook best misschien nog draaien, maar toch sprak haar blik boekdelen. Ik kan niet zeggen dat ik er panisch van word, want ik kan me er toch nog niets bij voorstellen. Maar bemoedigend is het niet. Ook de kraamtijd zie ik inmiddels met gemengde gevoelens tegemoet. Ik voel me nu al zo moe en het is nog niet eens begonnen, denk ik dan.

Begrijp me niet verkeerd: ik ben blij een realistisch beeld te hebben van wat kan gebeuren. Maar ik heb eventjes nood aan wat peptalk. Wat ‘koetsjiekoetsjie’, wat ‘ze zijn ze schattig en zo lief’, wat ‘er gaat niets boven een versch baby’tje’. Want dat is toch ook nog een beetje zo, toch?

koken met Lieve

Pappardelle met een ragù van kleine gehaktballetjes

Nee, ik heb feitelijk niets anders dan Jamie Oliver boeken in huis. Betrapt. Of wacht, misschien toch wel, maar Jamie zwaait hier wel de plak, dat weze duidelijk. Dit keer komt het weer hieruit.

Dit gerecht heb ik nog nooit zelf gemaakt. Huh, zegt u? Jahaa, zeg ik. Het is de specialiteit van mijn lief geworden. Specialiteit in het liefs, dat wil zeggen dat – wanneer ik vraag of hij wil koken – hij dit maakt. Of dit, ook zijn specialiteit. Ik ben bijgevolg nooit zwaar verrast door wat hij op tafel tovert, maar wel zwaar content, want goed is het sowieso.

Ge moet niet noodzakelijk alles doen zoals het in het recept staat, de Spaanse pepers laten wij bijvoorbeeld vaak achterwege. Ook met de look zijn we iets zuiniger. Doe het naar eigen smaak, dan komt dat wel goed. ’t Is nen iPhone-foto, een beetje flou, maar ge kunt er u wel iets bij voorstellen waarschijnlijk.

Gehaktballetjes:

Kneed door elkaar: 450g gemengd gehakt, 1 tot 2 gedroogde verkruimelde Spaanse pepers, een snufje kaneel, vers geraspte muskaatnoot, 3 tenen fijngehakte look, zout en peper, 1 groot ei, een handvol parmezaan, de geraspte schil van 1 citroen. Draai balletjes.

Saus:

Zet een pan op het vuur met een flinke scheut olijfolie. Voeg toe: 2 à 3 tenen fijngehakte look, de gehakte steeltjes van een bosje basilicum, 1 verse rode ingeprikte Spaanse peper. Fruit dit alles op laag vuur en voeg een scheutje rodewijnazijn toe. Voeg 2 blikken van 400g gepelde (pruim)tomaten toe. Breng op smaak met peper en zout en laat een half uurtje pruttelen op laag vuur.

Vervolg:

Verhit een beetje olijfolie in een pan en bak je gehaktballetjes mooi rondom bruin. Schep ze nadien in de saus. Haal de peper uit de saus en kruid nog bij indien nodig. Laat de saus met de balletjes er in nog een kwartiertje op laag vuur staan.

Kook 500g gedroogde pappardelle (een soort brede tagliatelle, te vinden in de supermarkt) in voldoende zout water. Laat uitlekken in een vergiet en hou wat van het kookvocht over, giet dat bij de saus. Maak de pasta terug aan met boter en kookvocht (zo wordt het geheel niet droog) en voeg daarna bij de saus.

Serveer met schilfers parmezaan en gescheurde blaadjes basilicum. Heerlijk.

koken met Lieve

Emincé van kipfilet met kerrie, appeltjes en kokos

You know the drill: eenvoudig, lekker. Ook dit receptje past in die omschrijving. Zet alles mooi klaar op voorhand en het staat op tafel in een handomdraai. Ingrediënten zijn makkelijk in huis te halen en te houden, met de overgebleven kokosmelk kan je bijvoorbeeld enkele dagen later dit nog maken. Ik haalde de mosterd hier.

Nodig (voor een drietal porties):

4 kipfilets, in reepjes/blokjes gesneden

1 appel, in kleine blokjes gesneden

2 tomaten, ontveld en ontpit, in blokjes gesneden

1 uitje, fijn gehakt

boter

peper en zout

2 koffielepels kerriepoeder

scheutje droge witte wijn

scheutje kokosmelk

1 eetlepel Batida de Coco (likeur)

1 eetlepel honing

2 dl room (bv. Alpro Soya, neem maar het hele brikje)

Doen:

1. Bak de kipreepjes bruin aan in wat boter en laat ze garen. Breng op smaak met peper en zout en schep ze uit de pan.

2. Bak in hetzelfde braadvet het gehakte uitje en roer er de kerrie door. Blus met wijn, kokosmelk, honing en Batida de Coco.

3. Voeg al roerend de room toe en laat het geheel inkoken tot er een licht gebonden saus ontstaat. Schep dan de kipreepjes, de appelblokjes en de tomatenblokjes door de saus en breng flink op smaak met peper en zout.

Lekker met Basmatirijst bijvoorbeeld. Smakelijk!

Hummeltje

30 weken

En nu is het aftellen zeker?

Vaststelling: er komen een aantal euhm, ‘interessante’ kwaaltjes bij, zo na een tijd. Ik ga ze niet allemaal met u delen. Wees daar blij om.

Zoals ik deze week bijvoorbeeld tweette: ‘I have the boobs of Pamela Anderson and the feet of my late grandmother, darn sexy combo!’. Ge hoeft nog geen busticketje richting deze regionen te kopen, die boobs zijn met een korreltje zout te nemen. Maar toch, maar toch. De voeten, dat komt door vocht, zo schijnt. Ik had daar wel over gelezen, maar het blijft confronterend hoe uw lijf een eigen leven gaat leiden. Ik met de eeuwige te dunne enkeltjes (ja, die kunnen ook té dun zijn en dat flatteert niet als ge voor de rest niet überdun zijt) heb nu mémévoeten. Met kussentjes op. Bij momenten passen zelfs mijn Birkenstocks niet meer.

Oh, en plassen. Ik moet HEEL DEN TIJD plassen. Ik ga naar het toilet, stap in de auto om ergens naartoe te rijden, en ik moet alweer. In de auto al. En op de nieuwe bestemming natuurlijk ook weer. Leutig, jong. En ge moogt eens raden wat ge moet doen tegen dat vocht in uw benen… Zeer veel drinken, jawel! Een grapken van onze schepper, dadde. Hij heeft chance dat ik niet in hem geloof.

En het is WARM, maar dat wist u al. Iedereen denkt dat ik het warmer heb dan anderen, maar dat kan ik natuurlijk niet weten. Ik geloof dat dat nog meevalt eigenlijk, maar het neemt niet weg dat ik graag een zwembadje zou hebben om in te ploeteren. Ja, wij hadden er ooit 1, maar de poezen uit de buurt amuseerden zich met evenwichtsoefeningen op de band en hebben die alzo lek geprikt. En toen begon het te vriezen en lieten wij dat staan, waardoor het ook nog even als schaatsbaan heeft gediend, maar het verhuisde uiteindelijk toch naar het containerpark. Wij zijn daar niet zo ontzettend goed in, wij, in dingen onderhouden.

Ik kan ook den afwas niet goed meer doen zonder schoenen aan, want dan komt mijn buik net tegen het aanrecht. En kan ik niet dicht genoeg meer staan. Dat zijn zo van die dingen waar ge op voorhand niet over nadenkt.

Een slaaphouding vinden is nog steeds niet echt een probleem, al lijkt het elke morgen wel alsof ik de dag voordien 1000 buikspieroefeningen heb gedaan. (En ik weet dat, want er was een tijd waarin ik dat deed. Een zotte tijd, weliswaar.) Ik slaap wisselend op elke zij, zoals ik dat altijd deed, maar nu zakt er daarbij natuurlijk iedere keer een kindeken naar beneden. Mijn buikspieren vinden dat niet zo aangenaam.

Ik ben nu 9kg bij (hola! een vrouw die een gewicht vermeldt!) en heb nog 10 weken te gaan. Niet weinig maar ook niet overdreven veel, denk ik.

Maar eigenlijk hé, eigenlijk kan ik nog steeds niet klagen. Ik vind het buikje nog goed draagbaar, heb nergens pijnen en ben nog goed mobiel. Het mag zo nog even duren.

Ik heb een flatterende foto gekozen, ja. Met schaduw waar het moet, vanuit een goed perspectief en zonder benen/voeten. Het is mijn blog, dus dat mag.