overpeinzingen,  zever, gezever

De grappigste

‘Eigen kind, schoon kind’, dat kent ge allemaal. En wij binnenkort ongetwijfeld ook. (Oh ja, about that. Ik heb mij eigenlijk altijd al afgevraagd of ouders van lelijke kindertjes dat dan ook de schoonste kindertjes ter wereld vinden. Ik denk eigenlijk van wel. En daarom: stel dat u Hummel niet onmiddellijk de meest esthetisch geslaagde baby ooit vindt, willen we dan weer afspreken dat ge gewoon zegt van wel? Waarvoor opnieuw onze dank.)

‘Eigen hond, grappige hond’, dat kende u ongetwijfeld nog niet. Bij deze roepen wij dat in het leven. Want het exemplaar dat hier ten huize rond huppelt, is de titel meer dan waardig. Waarom dan wel, vraagt u zich af? Ik geef u een opsomming van enkele van haar wapenfeiten.

Mijn hond, die laat windjes. En ik verbloem dit ernstig, want er is eigenlijk niets schattigs aan. Ze laat grote, weliswaar stille maar zéér welriekende winden. Het grootste gevaar is daar wanneer ze er uit ziet alsof ze onschuldig ligt te slapen. Dan produceert ze de grootste gaswolken die hele luchtruimen van brullende vliegtuigmotoren zouden kunnen bevrijden (in your face, volcano!). Het ergste echter is de geur. Ze slaagt er in met 1 ontsnappend wolkje een hele woonkamer aan volwassen mensen in allerijl naar de keuken te doen vluchten, om daar welriekender oorden op te zoeken. Soit, ge kunt er eigenlijk amper mee buitenkomen.

Ook vooraan echter ontsnapt er regelmatig wel eens wat. We moeten ze nog net niet over onze schouder gooien na het eten, het boertje komt er spontaan ook wel. Ook daar komt weer verbloeming aan te pas, want de boertjes in kwestie doen mij meestal verbleken van schaamte over het geluid daarbij geproduceerd door een dergelijk klein schattig hondje. Maar hilarisch, dat is het wel.

Occasioneel loopt ze eens tegen een muur of deur, gewoon omdat ze achter een balletje aan rent en dan geen oog meer heeft voor de verdere omgeving. Voor ze eten krijgt draait ze eerst een tiental rondjes om haar as, om 1 of andere bizarre reden, wij hebben het haar alvast nooit aangeleerd. Als ze een plasje gedaan heeft dan voelt ze blijkbaar de nood om de hele wijde omgeving te verbouwen en doet ze dat dan ook door met haar achterpoten wild om zich heen te schoppen. Als ik kook en er valt een stukje eetbaar materiaal, dan doe ik nooit meer de moeite me te bukken. Het is immers steeds binnen enkele luttele seconden verdwenen in het toevallig perfect gesitueerde keelgat van de hond in kwestie. Ze loopt altijd scheef: laat haar starten in de linkerhoek van een kamer, en ze eindigt in de rechterhoek aan de overkant. Beats us why: het zal wel 1 of ander productiefoutje zijn. Als ze buiten heeft gelopen, dan hangen er minstens enkele bladeren aan oor en/of buik en ziet ze er uit als een half knutselwerkje dat wij weer vakkundig mogen plukken. Haar oren trouwens bevinden zich steeds daar waar ze zich beter niet zouden bevinden, bijvoorbeeld dobberend in haar bakje drinken terwijl ze aan het eten is. Haar hobby’s zijn het eten van de poes opschransen (terwijl wij voor de triljoenste keer er achteraan lopen en “Neen, foei, mag niet!” brullen), overal ten huize kousen verzamelen die rondslingeren, stenen eten en een miljoen keer achter balletjes of stokken hollen.

Wat dat laatste betreft: dit gaat als volgt. Men neme een stok en toont die aan de overenthousiaste cocker spaniel. De overenthousiaste cocker spaniel schiet daarbij als een pijl uit een boog vooruit in een willekeurig gekozen richting, rent een hondertal meters en hoopt dat de stok ook daadwerkelijk die richting is uitgevlogen en dus ergens in haar buurt zal belanden. Is dit niet zo, dan rent de cocker spaniel gewoon terug en wordt het ritueel herhaald. Dat het beter zou zijn om eerst even te kijken waar de stok precies heen gaat, heeft ze na 4 jaar nog steeds niet begrepen. Maar leute dat dat is, ge hebt er geen gedacht van. Lag het aan de hond, wij woonden inmiddels al lang in een zelfgefabriceerd hutje in het bos om al onze tijd aan deze boeiende activiteit te kunnen besteden.

Maar aan alle mooie liedjes komt een einde, zo ook aan het stokkenfestijn. Afscheid nemen van de inmiddels teergeliefde stok valt zwaar, dus meestal wordt die gewoon voor de verdere wandeling meegezeuld. Door de hond, die er moet van hijgen alsof het stokje de afmeting en het gewicht van een half Vrijheidsbeeld heeft. Geen mens die ons passeert slaagt er in om niet in de lach te schieten of geen flauwe opmerking te maken over bij voorkeur hondenslavernij. We antwoorden meestal iets in de trant van: “Ja, ze sprokkelt voor de komende winter!” en lopen met wat schaamrood op de wangen snel verder. Weet ge wat, ik laat u even meegenieten.

Trouwens, de stok wordt keer op keer plots heel nonchalant gedropt in de bocht voor we de auto bereiken waarmee we weer naar huis rijden. De eerste keer dacht ik: ‘Goh, het moet nogal een keer een bijzondere stok zijn!’ en nam hem zelf nog mee naar huis. Ik dacht dat na die kilometer zeulen, de laatste metertjes er voor het arme beest teveel aan waren geweest. The dog couldn’t care less though. Ze bekeek mij met een blik van ‘Wat is dat met u en uw stok, rare?’ en liep ongeïnteresseerd verder. De hondenfluisteraar die deze ongetwijfeld goed doordachte hondenlogica snapt, mag het mij altijd eens verklaren.

4 Reacties